Eurosjopper is het beste anti-festival van Nederland

Er is niet eens friet te koop, maar je kunt er wel voor 20 euro zoveel bier drinken als je wil en DJ Kutlul zien.

|
jun. 23 2015, 8:29am

“Had je voorheen genoeg aan twee podia, een biertap en een frietkraam op een grasveld met een hek eromheen, anno 2015 kom je daar echt niet meer mee weg.” Aldus circa elk medium een keer of drie per maand, in de vertederende veronderstelling dat de Nederlandse festivalcultuur nog niet voldoende geduid is. Dat ze ook nog eens ongelijk hebben, bewijst het Eurosjopper Festival in het Brabantse Lierop.

Eurosjopper is een open plek in een naaldbos, twee podia en een hek. Je kunt er zelfs geen friet kopen. Wel hamburgers, nasi en luxe broodjes met ham en/of kaas – luxe betekent dat er ook sla op zit en dat het een hard broodje betreft, al valt het met die hardheid in de praktijk erg mee.

Onbetwist hoogtepunt in de foodline-up van Eurosjopper is het gekookte engelenei. Ze zijn zo groot dat je terstond medelijden krijgt met iedereen met een cloaca. Engeleneieren danken hun formaat aan het aantal dooiers dat ze bevatten, namelijk twee. Er moet voor kapitalen aan hormonen en antibiotica in die kippen gespoten zijn en toch kosten ze maar een euro per stuk.

Dat alles kon ik niet bevroeden toen ik vol goede moed het festivalterrein betrad en bruut staande werd gehouden door het beveiligings-duo van dienst. Ze waren van het type ‘regels zijn regels’ en met de Nieuwe Revu die uit mijn tas stak maakte ik geen goede eerste indruk.

“Heb je nou seksblaadjes bij je?”

Mijn tas (‘lekker georganiseerd’) werd binnenstebuiten gekeerd. Het zojuist gekochte doosje Toffifee, een cadeautje voor mijn logeeradres (erg karig, ik weet het), mocht niet mee naar binnen. De bus deodorant evenmin, want daar kon je een aansteker bij houden.

“Of heb je geen natuurkunde gehad?”

(Soms denk ik dat festivals het erom doen. Dat ze acteurs bij de ingang zetten die de laatste klootzak uit de bewoonde wereld spelen, zodat het contrast met de vrijheid-blijheid op het festivalterrein extra groot is. Tegelijkertijd zie ik overigens steeds vaker vriendelijke beveiligers. Een dag later op Best Kept Secret bijvoorbeeld, waar mijn tas niet eens werd ingekeken. De enige vraag die ik moest beantwoorden: “geen bommen en granaten bij je?” Mijn antwoord, “alleen deodorant”, werd weggehoond. “Je kan daar anders wel een aansteker bij houden,” probeerde ik nog, maar het mocht niet baten.)

Voor het weigeren van het doosje Toffifee valt wel wat te zeggen; dat gaat rechtstreeks ten koste van de omzet van de engeleneieren. Dat ik ook mijn flesje water niet mee naar binnen mocht nemen is vrij idioot, wanneer je bedenkt wat het concept van Eurosjopper is: je betaalt twintig euro entree en dan mag je zoveel drinken als je kunt. Voor een euro extra krijg je er een knalroze pis- en schijtbandje bij, waarmee je onbeperkt toegang krijgt tot een area die speciaal is ingericht om je gerieflijk te ontlasten.

Het bier haal je bij de bar, hier ‘drankuitgiftepunt’ genoemd. Twee medewerkers zijn fulltime bezig met het openen van flesjes, die vooral aan het begin van de dag gretig aftrek vinden. Wie geen zin heeft om vaak heen en weer te lopen, mag een kratje als draagtree gebruiken, een service waar dankbaar gebruik van wordt gemaakt.

Het bier is van het merk Steenberge. ‘Karaktervol, volmoutig en verfrissend’, meldt het etiket. Ook staat er: proeven is geloven. Ik proef bier en geloof dat het een prima dag wordt.

Ondertussen probeer ik te doorgronden hoe dit festival financieel uit komt. Grote sponsoren als Red Bull, Converse en Jack Daniels ontbreken. Aan de hekken hangen wel reclamebanners van onder meer loon- en grondverzetbedrijf Gebr. Van Brussel en Malu Limousineverhuur (‘voor al uw speciale gelegenheden’). Het lijkt me uitgesloten dat Malu en Van Brussel tonnen hebben neergelegd om hier te mogen adverteren. Dat zal evenmin gelden voor de shirtsponsor, de firma Hurkmans (pijpleidingen, kabelwerken en bronbemaling), hoe fier de vrijwillige flesjesophalers, veelal zestigplussers, hun shirts ook dragen.

De penningmeester moet het vermoedelijk vooral hebben van de bezuiniging op de line-up. Optredende artiesten krijgen hier geen gage. Sterker nog, ze moeten net als de bezoekers twintig euro per bandlid betalen. Wie op Eurosjopper wil spelen kan zich aanmelden, waarna loting bepaalt wie er daadwerkelijk mogen optreden. Pas op de dag zelf wordt de volgorde bepaald, wederom middels loting.

De loting heeft dit jaar gunstig uitgepakt, getuige namen als Red Sheeran, Green Monkey Force en Smegmatics. Toch trekken de bands weinig bekijks. Drukker is het in de zitkuil, een drooggevallen stenen pierenbadje met een doorsnede van een meter op acht. Dit moet de plek zijn waar de eerste bewoners van Lierop hun maagdelijke dochters aan de goden offerden, in ruil voor zoveel mogelijk engeleneieren. Op Eurosjopper fungeert de kuil als restaurant; hier kom je om de werking van je eerste dozijn biertjes te temperen met een bak nasi of een luxe broodje.

De zitkuil is ook de plek waar ik iemand ontmoet die zowaar speciaal voor een van de optredende artiesten is gekomen. Dj Kutlul is de gelukkige. Die had hier een paar jaar geleden ook al gestaan en hoewel mijn nieuwe vriend niet meer precies weet wat voor muziek hij draaide, was de naam blijven hangen.

Vanaf het podium klinkt ondertussen een rockabilly-cover van (You Gotta) Fight For Your Right (To Party). Iedere band is verplicht een nummer van de Beastie Boys te coveren. Ondanks de royale catalogus van de Beasties is de variatie beperkt. Ik hoor Fight For Your Right vandaag vaker dan de rest van mijn leven bij elkaar.


Dj Kutlul

Op advies van mijn nieuwe vriend neem ik een kijkje bij dj Kutlul in de discotent. Of hij zijn naam eer aan doet weet ik niet (want wat moet je je voorstellen bij iemand die dj Kutlul heet), maar echt los gaat het niet. Een groepje jeugd maakt om beurten een ritje in een blauwe afvalcontainer. Achterin de tent probeert een jongen die op Alexander Klöpping lijkt vergeefs een meisje te versieren.

Dat vrijwel niemand danst is niet de schuld van dj Kutlul. Het ligt aan het tijdstip; de mensen drinken nog. Omstreeks zeven uur verandert dat vrij plotseling. Beide podia trekken bekijks en in de discotent is het een groot feest. Wat zegt dit over het belang van headliners op reguliere festivals? Zijn ze echt beter dan de rest, of lijkt dat alleen maar zo omdat iedereen tegen de avond dronken is?

Ik besluit me op de randprogrammering te storten. Deze bestaat uit een meisje dat met een grabbelton over het terrein wandelt. Voor een euro mag je meedoen. De fotografe trekt een pakje met drie glow-in-the-dark-sticks. Wanneer ik mijn buit omhoog haal, kan het grabbeltonmeisje haar enthousiasme nauwelijks verbergen. In mijn pakje zit een ballon met een elastiekje eraan.

“Dat is superleuk, want je kan ermee butsen,” kirt het meisje.

Dit moet mijn geluksdag zijn.

Inmiddels gaan de eerste bezoekers out. Ze vallen in slaap tegen hekken en bomen, soms met een brandende peuk in de mond en een biertje krampachtig in de hand geklemd. Af en toe komt er een bekende langs om te checken of het goed gaat, of om een dennenappel in hun broek te stoppen. Brabantse humor. Vanuit de EHBO-post kijkt een kale man vanaf een verhoging de hele dag toe, zoals Mitch over de stranden van Californië, en hij ziet dat het goed is.

En goed is het. Volgend jaar ga ik weer, besluit ik ter plekke. Volgens de dj Kutlul-fan is dat geen goed idee.

“Eurosjopper moet je niet elk jaar doen.”

De volgende ochtend geef ik hem groot gelijk.




Bekijk nog meer festivalverhalen:

Dit dreigt het festivalshirt van 2015 te worden

Wat zegt je favoriete festival over jou?

Dit is precies de reden waarom Belgen liever geen Nederlanders op onze festivals zien