Illustraties door Sander Ettema

Werken in de muziek is één groot feest, hoezo ben je overspannen?

Na jaren in de Nederlandse muziekindustrie te werken, kreeg ik net als veel andere collega’s depressieve klachten.

|
jul. 25 2017, 10:26am

Illustraties door Sander Ettema

Is een kantoorbaan echt zo kut als het klinkt? Hoe eerlijk moet ik zijn bij een sollicitatie? En ben ik kansloos zonder diploma? De komende drie weken kan je op VICE terecht voor alles wat je moet weten over hoe werken werkt. Lees alle artikelen uit de VICE Guide to Work hier .

Werken in de muziekindustrie is te gek: bandjes kijken, gratis bier drinken, festivals en feestjes pakken, in mooie hotels slapen en de backstage uitwonen, en dat allemaal betaald. Toch raakte ik begin dit jaar overspannen na jaren als perspromoter te werken. Binnen de industrie wordt er maar weinig gesproken over geestelijke gezondheid, en ik vroeg mij af waarom dat eigenlijk zo is.

Binnen elk vak hebben mensen last van burn-outklachten: volgens het CBS heeft een op de zeven werknemers ermee te kampen en vooral in het onderwijs hebben werknemers het zwaar te verduren. De muziekindustrie is op sommige vlakken een unieke branche. De lijn tussen privé en zakelijk is op z'n zachtst gezegd diffuus te noemen. Ons kantoor bevindt zich vaak op een festival, in een poppodium of in een tourbus en is vaker wel dan niet op armlengte van een bar. Dat maakt ons werk leuk, interessant en veelzijdig, maar kan ook zorgen voor een overdaad aan prikkels.

Dit jaar stortte ik in. Letterlijk. Dit heeft een combinatie van oorzaken en aanleidingen. De hoge werkdruk, bewijsdrang en daarbovenop een nare ervaring met geroddel, machtsspelletjes en volwassen pesterijen binnen de industrie, werd mij op een gegeven moment te veel. Achteraf is het geen verrassing: er zijn wel vaker momenten geweest waarop ik dacht het niet meer op te kunnen brengen, maar toen ik echt instortte was het toch ontzettend frustrerend.

Op een nacht werd ik huilend wakker met schokkende schouders. Alsof ik onder een enorme rots lag te spartelen en er met geen mogelijkheid onderuit kon komen. Omdat ik bang was dat ik minstens een hartaanval kreeg, belde ik de huisarts en mijn moeder. De conclusie was snel getrokken: ik ben overspannen. Na een week niet op kantoor te zijn, heb ik al mijn lopende projecten stopgezet wegens gezondheidsklachten. Het is het moeilijkste wat ik ooit heb moeten doen. Na een studie Music Management, twaalf jaar werkervaring binnen de industrie, en vooral de laatste drie jaar keihard gewerkt te hebben aan mijn eigen bedrijf, zette ik alles op het spel.

Dat dit moest gebeuren was overduidelijk, maar op dat moment trok het me alleen maar verder in een depressie. De reacties waren gelukkig meer begripvol dan ik had verwacht. In privéberichten kreeg ik aardig wat steun en liefde van collega's. Hieruit bleek vooral dat mensen zich best wel een voorstelling konden maken van mijn situatie, want sommigen hadden dezelfde klachten in meer of mindere mate.

Mijn tijdlijn op Facebook zit vol hardwerkende collega's die stuk voor stuk goede dingen doen. En die moeten gedeeld worden. Een uitverkochte headlinershow, een album dat platina gaat, een 3FM-hit, succesvolle buitenlandse tours, promotie, een vast contract, een triljard Popronde-shows, een lovende recensie, oneindig veel views op YouTube en ga zo maar door. Ook ik deel de successen in mijn werk graag met de wereld, maar op het moment dat je mentale weerstand iets minder stabiel is, kan het nogal verlammend werken. Er is altijd wel iemand die het beter doet. Heb jij een bandje met uitverkochte shows, dan heeft iemand anders een uitverkochte tour. Heb je een dik artikel in een magazine, dan heeft iemand anders de cover. Tegenover jouw viersterrenrecensie staan tien vijfsterrenrecensies.

Frank Kimenai, oprichter van het succesvolle Lexicon Bookings, kan zich daarin vinden. "Het begint al bij hoe artiesten in de markt worden gezet. Er gaat nooit iets mis, slecht nieuws bestaat niet," vertelt hij mij. "Op het moment dat mijn mentale weerstand afbrokkelde ging ik mij meer aan anderen spiegelen, waar ik normaal juist uitging van mijn eigen koers. Je legt jezelf dan onrealistische kaders op, waaraan je nooit kan voldoen. Daardoor ga je je weer slechter voelen. Dat is een negatieve spiraal waar je in onze industrie erg moeilijk uit kan ontsnappen."

In de muziekindustrie is niets belangrijker dan je netwerk. Boekers, programmeurs, perspromoters, managers, journalisten en muzikanten kunnen niet zonder elkaar bestaan. Om je werk goed te kunnen doen, is het van belang dat je de juiste mensen kent en dat je gunfactor hoog is. Om dit voor elkaar te krijgen moet je je gezicht laten zien op festivals, feestjes, borrels, netwerkmeetings, bijeenkomsten en bij shows. Met een keertje naar Eurosonic/Noorderslag gaan ben je er nog lang niet. Ook voor de artiesten waarmee je werkt is het belangrijk dat je aanwezig bent. Hierin kan je snel doorslaan, zegt Kimenai. "Vooral de eerste jaren ga je altijd maar rechtdoor zonder een noemenswaardige vakantie te nemen. Festivals en tours zien als een soort vakantie is gevaarlijk. Je bent dan altijd 'aan' en je ontspant bijna nooit," legt hij uit.

Daarbij bestaat de muziekindustrie uit een hoop zzp'ers, die niet zomaar verlof- of ziektedagen op kunnen nemen. Wanneer je met buikgriep in bed ligt, ga je alsnog mailtjes beantwoorden. Cinderella Schaap, eigenaar van Professional Independent Music Promotion, voelt daarom een hoop druk, ook wanneer ze even een dagje rust nodig heeft. "Het is simpelweg enorm lastig om mensen tevreden te stellen. Het is bijna nooit goed genoeg, iedereen gaat ervan uit dat het altijd beter en meer kan," vertelt Schaap mij. "Dat geeft veel druk, omdat je het gevoel hebt dat je nooit klaar bent met werken."

Privé en zakelijk lopen enorm door elkaar. Binnen de industrie wordt veel gedronken en van drugs zijn een hoop mensen ook niet vies. Niet iedereen doet er aan mee, maar de verleiding is wel altijd aanwezig. Het is een sociaal geaccepteerde vorm van escapisme en kan een indicator zijn voor iemands wankele mentale gezondheid. Drugs gebruiken om door te kunnen gaan of alcohol drinken om leuk mee te kunnen doen ligt voor de hand. In de muziekindustrie is het een onderdeel van de cultuur, waardoor de drempel erg laag ligt om de fles erbij te pakken. De grens tussen gebruik en misbruik is dan vaak moeilijk te herkennen. Dit geldt voor zowel muzikanten als professionals.

Omdat vrije tijd en werktijd zo erg door elkaar heen lopen, is de verhouding tussen het aantal uren dat je werkt en de vergoeding compleet scheef, vindt Kimenai "Er wordt een grote loyaliteit van je verwacht en die loyaliteit voel je ook echt," legt hij uit. "Je wil overal bij zijn en liever geen nee verkopen aan de mensen met wie je werkt, die je graag mag of hoog hebt zitten." De liefde voor muziek, voor het vak en voor de artiesten met wie je werkt is vaak de reden dat je dit werk doet en zo loyaal blijft. Het zorgt dan ook voor een hoop voldoening. De zogenaamde secundaire voorwaarden zijn fantastisch: je wordt betaald om naar muziek te luisteren, bij shows en op festivals te zijn, en met gelijkgezinden te werken. Je naam is niet weg te denken van de gastenlijsten en betalen voor je drankje of eten hoeft vaker niet dan wel.

Toch houdt dat op een gegeven moment op wanneer de verhoudingen scheef beginnen te trekken, zegt Kimenai: "Iemand gaf mij ooit dit voorbeeld en dat vond ik wel verhelderend: een hersenchirurg kent ook grote dankbaarheid van zijn patiënten en de families, die doet dat vast ook met een soort missiegevoel, maar daar verwachten we ook niet van dat die dat voor een appel en een ei doet." Schaap is het hier mee eens: "In de tijd dat ik in dienst was bij een label, was er relatief weinig waardering voor pers, zowel uitgedrukt in geld als in het 'klopje op de schouder'. Ik denk dat het nu iets beter is, maar nog steeds vind ik de waardering – zeker in geld – niet opwegen tegen de tijdsinvestering en alle energie die je in projecten steekt."

Tegenwoordig kan je je keurig laten opleiden tot professional in de muziekindustrie. Daar leer je naast musiceren ook de zakelijke kant van het vak. Om te zien in hoeverre geestelijke gezondheid daar in het curriculum is opgenomen, belde ik Rob van der Veeken, study coördinator van de opleiding Music Industry Professional op de Herman Brood Academie. "Wij hebben het vak 'career development' – dat gaat over weten waar je grenzen liggen, gezondheid, en hoe je omgaat met je lichaam en geestelijke welzijn," legt Van der Veeken uit. "Daarmee proberen we onze studenten zo goed mogelijk voor te bereiden op het werkveld, door bijvoorbeeld te praten over dat je veel 'ja' moet zeggen in het begin en hoe je op een gegeven moment kritisch kan zijn waarop je allemaal 'ja' zegt. Elke klas heeft een coach die als vertrouwenspersoon fungeert en we hebben natuurlijk ook een verzuimcoördinator die contact heeft met de studenten. Als iemand niet meer komt opdagen is dat vaak wel een indicator dat het niet goed gaat." De nieuwste garde opgeleide professionals worden ondersteund, begeleid en bewust gemaakt van de druk die deze industrie met zich meebrengt. Dat biedt hoop voor de toekomst.

Maar hoe zit het met de professionals die nu al werken? Waar vinden die hulp? Het lijkt iets van het laatste jaar dat we over dit onderwerp zijn gaan spreken. Onze Britse collega's van Noisey besteedde er al een dossier aan en het Music Managers Forum UK publiceerde een Music Managers Guide To Mental Health. In Nederland zie ik het nog weinig besproken worden. Op Noorderslag worden er geen seminars aan gewijd en toen ik zelf overspannen was, had ik ook geen idee waar ik terecht kon. Het is belangrijk dat we er meer over praten. De slechte zichtbaarheid van deze klachten in combinatie met het gebrek aan ondersteuning is gevaarlijk voor zowel professionals als muzikanten. Met meer aandacht voor het thema vanuit een organisatie als de Popcoalitie kunnen we het stigma dat er heerst op geestelijke gezondheid misschien wat wegnemen. Een gezondere industrie is tenslotte ook een duurzamere industrie.