dj. flugvél og geimskip (foto door Rúnar Sigurður Sigurjónsson)

Om IJslandse muziek echt te begrijpen, moet je er zijn geweest

Hoe het festival Iceland Airwaves me dichter bij mijn favoriete IJslandse muzikanten bracht.

|
nov. 13 2018, 12:36pm

dj. flugvél og geimskip (foto door Rúnar Sigurður Sigurjónsson)

Ik ben op IJsland. Waarom weet ik niet precies, maar ik ben uitgenodigd om mee te gaan met een persreis naar het festival Iceland Airwaves. Dat betekent dat de vlucht en het verblijf worden betaald en dat ik in ruil daarvoor iets schrijf over het festival. Ik ben nog nooit op een persreis geweest, maar als iemand vraagt of je naar IJsland wilt, dan zeg je geen nee. Niet alleen schijnt de natuur erg indrukwekkend te zijn, ik ben ook al sinds ik me kan herinneren enorm fan van IJslandse muziek. Ik bedoel: tijdens mijn ontmaagding stond Ágætis byrjun van Sigur Rós op.

Je vraagt je wellicht af hoe een festival op IJsland eruitziet. In een partytent op een gletsjer? Dat was leuk geweest, maar nee. De eerste editie, twintig jaar geleden, werd gehouden in een hangar op het vliegveld. Nu speelt het zich af in Reykjavikse bars, zaaltjes en kerken. Je kunt het vergelijken met Eurosonic, maar dan iets noordelijker.

Op Iceland Airwaves staan, naast een enorme berg internationale artiesten, ook 150 lokale acts. Er wonen minder mensen op IJsland dan in de provincie Flevoland. Probeer je Lowlands voor te stellen met 150 Flevolandse artiesten, en wat een straf dat moet zijn. Ik wil maar zeggen: IJsland is niet hetzelfde als Flevoland, al lijkt het landschap dat je ziet vanuit de bus naar Reykjavik er gek genoeg een beetje op. Het is uitgestrekt en leeg, alsof ze na het neerleggen van de horizon zoiets hadden van: ja, prima zo. Maar goed: een festival met 150 IJslandse bands? Geen straf.

1542107667528-waterval
Gullfoss (foto door de auteur)

Gelukkig houden de vergelijkingen met Flevoland hier op. Je moet drie uur vliegen vanaf Schiphol om er te komen, iedereen heet Gunnar en stamt af van de Vikingen, lokale specialiteiten zijn walvis en papegaaiduiker, het bier kost omgerekend tien euro per glas, een grammetje coke kost 170 euro, ze maken schnapps van berkenschors en die vulkaan waarvan niemand de naam kan uitspreken blijkt vrij vertaald gewoon ‘eilandberg’ te heten. Oh, en overal waar je komt draaien ze ABBA. Ik moet eerlijk bekennen dat ik had verwacht dat ze overal Björk zouden draaien, maar misschien is dat zelfs voor IJslanders meer iets voor speciale gelegenheden. De politie schittert door afwezigheid, er zijn nergens daklozen, bedelaars of straatkrantverkopers en de grootste groep immigranten is Pools. Tachtig procent van de inwoners is IJslands van origine. Dat de enige graffiti die ik zie een nogal xenofobe boodschap heeft komt dan ook een beetje vreemd op me over.

IJslandse muziek had altijd iets ongrijpbaars, maar nu ik er ben, denk ik het beter te begrijpen. Tijdens een tripje naar een geothermisch zwembad, dat speciaal voor de persdelegatie is georganiseerd, rijden we een uur met een bus door adembenemende landschappen. De natuur hier is zo imposant, dat het logisch is dat de teksten van Björk zo poëtisch zijn. Je hebt bijzondere woorden nodig om te beschrijven wat je hier ziet. Of helemaal geen woorden, zoals Jónsi van Sigur Rós, die vaak zomaar wat klanken zingt in plaats van zinnen met een betekenis.

1542107690384-collage
Natuur op IJsland (foto door de auteur)

Het is een landschap dat mensen lijkt te gedogen, maar dat, mocht het er zin in hebben, je kan laten verdwijnen in het binnenste van de aarde alsof je nooit hebt bestaan. Je wordt er nederig van en je voelt je er klein en betekenisloos. Het lijkt me lastig om cynisch of sarcastisch te zijn in zulke landschappen, vandaar wellicht dat IJslandse muziek zo oprecht klinkt. Soms lijkt het alsof je op een andere planeet bent, wat zou kunnen verklaren waarom dj. flugvél og geimskip, een van de tofste artiesten die ik op het festival zie optreden, klinkt alsof ze kort geleden hier is geland. Later kom ik erachter dat geimskip IJslands is voor ruimteschip en flugvél ‘vliegtuig’ betekent. Tussen de liedjes door vertelt ze dat haar instrumenten ook dieren zijn, en een verhaal over een magisch universum dat moeilijk te volgen is. Haar fantasie en excentriciteit zijn benijdenswaardig en ik vraag me af waar ze het allemaal vandaan haalt.

De joviale IJslandse man die ons tripje naar het geothermische zwembad begeleidt geeft me na afloop een aanwijzing: IJslanders geloven dat er in de lavarotsen elfjes wonen. Hij vertelt dat er een keer een weg moest worden aangelegd, maar er lag een grote rots in de weg. Telkens als de graafmachines in de buurt van de rots kwamen, gingen ze stuk. Toen stuurden ze er een vrouw op af die met de elfjes kon praten, en zij legde aan de elfjes uit dat ze de rots alleen maar wilden verplaatsen zodat de weg kon worden aangelegd. Het lijkt me erg goed voor je verbeeldingsvermogen als je opgroeit in een cultuur die magie als iets wezenlijks ziet.

Na een avondje optredens kijken realiseer ik me ineens dat ik alleen maar vrouwen op het podium heb zien staan. Iceland Airwaves blijkt een van de honderd festivals te zijn dat meedoet aan Keychange, een campagne die ervoor wil ervoor zorgen dat er tegen het jaar 2022 een evenredig aantal vrouwelijke als mannelijke artiesten op de line-ups van festivals staat. Iceland Airwaves heeft een voorsprong genomen: er staan dit jaar al evenveel mannen als vrouwen op het podium.

Behalve dj. flugvél og geimskip, staan Gyda (Gyða Valtýsdóttir, een van de zusjes die vroeger in múm zaten), asdfhg. – een bandnaam die zangeres Steinunn Jónsdóttir zelf ook niet uit kan spreken – en JFDR (Jófríður Ákadóttir van Samaris) met gemak bovenaan het lijstje van de beste optredens die ik in het afgelopen jaar zag. En dan noem ik hier alleen nog maar de IJslandse vrouwen. Het Australische hiphoptrio Haiku Hands heeft een energie waar De Jeugd van Tegenwoordig een puntje aan kan zuigen en Girl Ray is denk ik mijn favoriete gitaarband van 2018.

Toch blijft het optreden van Gyda me het meest bij. Ze stapte in 2002 uit múm om haar opleiding tot cellist af te maken en dat is zo te horen gelukt. Ze speelt niet alleen cello, ze is er een geworden. Haar stem en het geluid van haar strijkinstrument zijn met elkaar versmolten. Ze speelt een nummer dat ze schreef toen haar oma was overleden (‘weggegaan’ noemt ze het zelf), en een nummer dat ze schreef toen haar dochter een maand oud was. Door die twee nummers na elkaar te spelen tijdens het concert, raakt ze meer snaren dan alleen die van haar instrument.

De enige band met louter mannen die ik zie is Trupa Trupa uit Gdansk, Polen. Ik ga erheen omdat de zanger, Grzegorz, me de weken voor het festival steeds leuke mailtjes stuurt. Het blijkt een goede keuze. Ze spelen in een voor Reykjavikse begrippen vrij afgelegen brouwerij voor een handjevol mensen. De muziek is heftig en desoriënterend, en Grzegorz, die iets vogelachtigs heeft, vertelt tussendoor grappige verhaaltjes, zoals ‘welkom op deze Centraal Europese bijeenkomst’. Hij nodigt me na het optreden uit om naar een afterparty te komen die ter ere van Trupa Trupa is georganiseerd, maar nadat ik uit een café word gezet wegens het nuttigen van mijn eigen meegebrachte tequila (sorry!) besluit ik dat het slimmer is om te gaan slapen. Bovendien vertrekt mijn vliegtuig de volgende ochtend om zeven uur ’s ochtends terug naar Nederland.

Op het vliegveld kom ik Grzegorz weer tegen. Hij ziet er vermoeid uit en hij is zijn stem kwijt, iets wat ik opvat als een teken dat het voor hem een geslaagd festival was. Voor mij ook, maar het was meer dan dat. Het was een ervaring die me dichter bij mijn favoriete IJslandse muzikanten heeft gebracht.

1542107718761-veld-met-stoom
Natuur op IJsland (foto door de auteur)