Alle foto's door Roos Pierson

In deze studio in Den Bosch maakt Albert van Abbe techno met antieke meetapparatuur

“Ik maak eigenlijk steeds dezelfde track. Ik ben een thuis aan het bouwen, al mijn hele leven lang.”

|
okt. 10 2018, 11:33am

Alle foto's door Roos Pierson

Als je de enorme machines in de studio van Willem Twee in Den Bosch ziet, zou je niet meteen denken dat je er muziek mee kunt maken. Het kan wel, maar ze zijn er eigenlijk niet voor bedoeld. In de hoek staat een enorme analoge computer die mechanische bewegingen kan nabootsen, daarnaast antieke meetinstrumenten en apparaten om tests uit te voeren op telefonienetwerken. Er staat ook een machine waarmee je in theorie naar buitenaards leven zou kunnen speuren. De enige dingen die verraden dat het hier een opnamestudio betreft, is de aanwezigheid van een mengtafel en een analoge taperecorder. O, en natuurlijk het ingelijste krantenknipsel met een foto van de elektronische muziekpionier Dick Raaijmakers.

Ik ben hier omdat ik afgesproken heb met de Eindhovense technoproducer Albert van Abbe, die de ruimte gebruikt om een album te maken. Eigenlijk zijn het twee studio’s: aan de ene kant de hierboven beschreven apparaten uit de jaren vijftig, aan de andere kant wat nieuwere (maar nog steeds vintage) spullen; een peperdure ARP 2500, een Juno en een DX7, maar ook drie rekken met een enorm modulair systeem. Zo’n verzameling bijzondere apparatuur hou je natuurlijk niet voor jezelf: Van Abbe heeft al afspraken gemaakt om er te gaan werken met Rrose, Oscar Mulero, Helena Hauff en Alva Noto.

Het leek me interessant om Van Abbe te spreken in deze studio, omdat hij een producer is die muziek maakt die extreem netjes en geordend klinkt. Elke kick zit strak op de grid. Hij zei ook ooit in een interview dat het hem niet uitmaakt of hij met analoge gear of met een laptop werkt. Wat moet zo iemand met een batterij aan stokoude machines?

Noisey: Nou?
Albert van Abbe: Ja, dat is een goede vraag. In mijn eigen studio maak ik veel met alleen een laptop. Maar deze studio uit de jaren vijftig laat je zo anders kijken naar muziek, op zo’n basale manier. Het werkt allemaal niet volgens synthese, maar met pulsen en filters. Bovendien is het allemaal meetapparatuur die niet bedoeld is om muziek mee te maken. Die manier van denken vind ik interessant.

Het lijkt mij een uitdaging om hier iets te maken. Is dat ook wat je er interessant aan vindt?
Ja. In feite vind ik techno simpele muziek. Zeker ten opzichte van klassiek of jazz. En dat het simpel is, dat is denk ik ook de kracht ervan. Het is heel tof om dan de basis daarvoor op een hele onconventionele manier te leggen.

Hoe zorg je ervoor dat wat je hier in deze studio maakt straks toch klinkt als iets van jou?
Nou, ik gebruik deze periode echt om mijn palet schoon te maken. Ik heb de laatste tijd een sound gemaakt met veel pads en strings, daar wil ik even van af.

Wat je maakt is altijd heel schoon, geordend en op een grid. Iets wat je in zo’n studio als deze niet echt hebt.
Ik hoop dat ik door hier te werken dat een beetje los kan laten, want ik zit daar een beetje mee, dat loslaten. Legowelt vind ik daar een goed voorbeeld van: die is ook niet meer zo enorm puristisch in wat hij doet, en alles wat hij maakt is daardoor ook meer Legowelt geworden. Hij is eigenlijk in die jus gaan hangen van zichzelf. Hij heeft zijn eigen karikatuur omarmd. Als artiest moet je op een bepaald moment je eigen karikatuur omarmen. Zo zie ik deze periode.

Voel je je ook een beetje Dick Raaijmakers als je in die studio zit?
Nog niet echt, maar misschien komt dat als ik met tape aan de gang ga.

Torentjes maken.
Haha, dat vind ik het mooiste filmpje op het internet. Hij is wel hyperanalitisch, Dick. Dat OCD-achtige heb ik ook wel een beetje, maar niet zoals hij, dat hele analytische, minimalistische. Ik vind het ook leuk om op Awakenings te draaien.

En Dick Raaijmakers niet.
Ik ben lang niet zo avant-garde, en dat zou ik ook niet willen zijn. Ik heb wel een tijdje projecten gedaan die echt chinstroking waren, met heel veel ruis en video, heel abstract. Te abstract.

Je bent nu in de running voor een subsidietraject van de provincie Brabant, New Arrivals. Hoe past zoiets bij jou als artiest? Je bent volgens mij wel iemand die veel waarde hecht aan onafhankelijkheid. Ben je niet bang dat zo’n traject je autonomie aantast?
Nou, waar ik nu wel achter ben, op mijn 36e, is dat stilstand achteruitgang is. Ik moet groeien. Ik weet dat als ik niet ga investeren, het nergens heengaat. Als ik die volgende stap wil maken, dan moet er gewoon geld in. Ik heb lang tegen alles aan geschopt, maar nu weet ik dat je geld nodig hebt om geld te maken. Ik zit ook met een hypotheeklast en mijn kindjes in m’n hoofd. Ik denk soms: cut the crap, Ab.

Je bent klaar met maar wat aanklooien.
Ja, het moet nu gewoon aan of uit.

Je hebt ook weleens gezegd: ik ga het een paar jaar proberen in de muziek, en als het niet genoeg oplevert, kap ik ermee.
Ja. Het levert dus wel genoeg op, artistiek en financieel, om het te blijven doen. Voornamelijk op artistiek vlak. Vrienden van me, die dezelfde leeftijd hebben, die zitten ergens en die kunnen gaan groeien. Mijn beste vrienden zitten echt in een andere financiële situatie dan ik. Voor mij is het nog relatief op een houtje bijten. Als muzikant heb ik geluk, maar voor iemand van 36 doe ik het maar voor de helft.

Bedoel je dat je je geen volwaardig lid van de maatschappij voelt?
Dat heb ik heel lang gehad. Ook omdat mijn familie nu pas een beetje snapt wat ik doe, omdat er nu wat succesjes zijn. Daar ben ik blij mee en daarom voelt het nu minder alsof ik buiten de maatschappij sta. Maar als ik de bruto-inkomens van vrienden vergelijk met waar ik het mee moet doen, dan is dat wel gewoon lastig. Ik moet maar blijven denken dat ik doe wat ik leuk vind.

Zie je muziek maken als subversief gedrag?
Nee, het is echt therapeutisch.

Therapie waarvoor?
Het leven. Als je ouder wordt, gaan er ineens mensen dood, krijgen kanker, plegen zelfmoord. Er gebeuren allemaal heftige dingen. En op dat moment ga ik gewoon door, en daar verbaas ik mezelf over. Ik organiseer feesten, ik ga naar de studio, ik maak nog steeds die kakmuziek. Het wringt. Ik snap steeds beter waarom veel mensen gewoon een baan van negen tot vijf willen. Het leven is al zo heftig. Je ouders gaan dood, weet je wel. Bij mij is het nog niet zo heftig, maar ik hoor wel de verhalen.

Verwerk je die dingen in je muziek?
Ja, maar dat gaat heel natuurlijk, omdat ik het al zo lang doe. Ik heb ook geen voorbedacht plan. Ik weet altijd alleen maar het volgende stapje. Mijn benadering van muziek maken is heel visueel. Ik maak een wereld waar ik zelf graag wil zijn, een soort architectuur van geluid.

Zou je die ruimte kunnen omschrijven? Hoe ziet die eruit?
Heel abstract, maar ook heel zacht.

Kun je het zien als je bezig bent met muziek maken?
Ja. Maar die ruimte is zo abstract dat ik hem eigenlijk alleen in audio kan verbeelden. Het is ook autobiografisch. Ik maak eigenlijk steeds dezelfde track. Een plek die – ik zoek naar het juiste woord. Een thuis. Ik ben een thuis aan het bouwen, eigenlijk al mijn hele leven. Je ouders scheiden als je jong bent en je blijft ergens naar op zoek. Dat thuis heb ik nooit kunnen maken. Maar zo diep wil je niet gaan hoor, met dit opschrijven.

Ik word er wel hoopvol van.
Hoopvol, dat was het woord waar ik naar zocht. Die tracks die geven mij hoop, een hoopvolle, baarmoeder-achtige plek.

Op 17 oktober treedt Albert van Abbe op met zijn project Weltmaschine tijdens ADE. Klik hier voor meer informatie.