Hoe het er écht in de backstage aan toegaat

Laat ik je voorgoed uit je wildste dromen helpen.

|
mei 28 2015, 9:06am


Beeld via Noisey US, Jussi Särkilahti

Backstage: een mythische plek waar de in-crowd, de lucky few, zich tussen de beroemde en minder beroemde artiesten mag begeven. Daar waar de rockster zijn groupies mee naartoe neemt, waar de lijntjes coke al klaarliggen, waar de drank gratis is en de afterparty nimmer stopt. En waar Courtney Love halfnaakt heroïne spoot terwijl Kurt de boel vakkundig aan gort sloeg op het podium van Paradiso. Althans, zo stellen we het ons voor. Maar, valt er eigenlijk wel wat te beleven backstage?

De mythe rondom backstages is uiteraard ontstaan in de sixties en seventies, de hoogtijdagen van de rock ´n roll. De langharige rockers in strakke broeken waren nog nieuw en spannend, de seksuele revolutie was in volle gang en er werd gretig aan postzegeltjes LSD gelikt. In de jaren tachtig en negentig, toen er nog echt goed geld werd verdiend met de verkoop van de nu met uitsterven bedreigde compact disc, ging het feest onverstoord verder. Wij die geboren zijn toen er weinig meer was om voor te vechten, laat staan te ontdekken, moeten het doen met de verhalen van Pamela des Barres, films als Almost Famous en boeken als The Dirt en Kill Your Friends.

Ik werk al lange tijd voor verschillende poppodia en als perspromotor, dus de backstages is voor mij ‘gewoon’ een werkplek. Vanwege deze carrièrekeuze zal ik mij hoogstwaarschijnlijk nooit een Audi T9 kunnen veroorloven, maar ga ik wel veel naar concerten en festivals, en dus ook naar de plek waar de artiesten doen wat het publiek niet mag zien.

In al mijn jaren in de kleedkamers heb ik zo weinig drugs gezien dat je haast gaat denken dat de muziekindustrie een zootje gelovige geheelonthouders is; dat is niet (altijd) zo. Toch lijkt de tijd van lijntjes coke open en bloot op spiegels wel echt voorbij. Er gaan wel eens mensen toiletten in om er met plots hernieuwde energie uit te komen, maar echt buitensporig kun je het niet noemen. Muzikanten – vooral die uit het buitenland – willen voornamelijk blowen. En drinken natuurlijk. In elke zichzelf respecterende kleedkamer staat een koelkast met drank. De inhoud daarvan is geheel afhankelijk van hoe belangrijk een artiest is, van zijn of haar rider en van de welwillendheid van de organisatie. In de meeste gevallen is het vooral veel bier en één of twee flesjes sterke drank. Niet genoeg om je dood te drinken, wel genoeg om de tourbus onder te kotsen. Opvallend is dat het niet altijd de muzikanten zijn die zich overmoedig te goed doen aan drank en drugs – de crew en ‘industrie’ lust er ook wel pap van. Ik steek hierbij zeker de hand, of minstens een halfslap handje, in eigen boezem.

Seks is er weinig. Te weinig. Dat is voor een groot deel te danken aan de vaak slechtverlichte kleedkamers, want wie wil zich nou graag ontdoen van zijn kleding onder de tl-buizen? Maar het komt ook doordat de meeste muzikanten netjes getrouwd zijn of gewoon bezet, en groupies in het echte leven helaas niet altijd van het niveau Kate Hudson in Almost Famous zijn. Op de oververtegenwoordigde Macbooks staat vaker de nieuwste aflevering van Game Of Thrones op dan youporn. Een bepaalde grofgebekte rockster – die ik verder niet bij naam noem uiteraard – die in zijn liedjes meerdere malen vrouwen alle hoeken van zijn achterbank laat zien, moest niets hebben van de speciaal voor hem meegebrachte collectie porno. “Vrouwonterend,” aldus de rockster die zijn geld verdient met liedjes over seks, drugs en rock ’n roll.


Beeld via Noisey UK

Toen ik vorig jaar op Lowlands naar het Briste Sleaford Mods stond te kijken, werd ik wel even nerveus. Beatmaker Andrew stond de gehele show achter zijn Macbook sixpackjes bier weg te tanken alsof het limonade was en frontman Jason spuugde zijn boze teksten vol fucks en cunts door de microfoon. Na de show ging ik richting kleedkamers om de mannen op te halen voor een rondje pers. Waar ik boze, scheldende hooligans verwachtte, kreeg ik welbespraakte, uiterst vriendelijke en ronduit galante heren. We spraken over feminisme en monogamie binnen de homogemeenschap – briljante gasten, en niet half zo rock ’n roll als gevreesd.

De backstage heeft weinig met magie te maken en veel meer met comfort; je hoeft nooit in de rij voor een naar natte kak riekende dixie en er is altijd een koud biertje tot je beschikking. Dus ja: proberen in te breken in de backstage is altijd een goed idee – alleen kunnen de Albert Heijn-borrelnootjes, tl-lampen en aan hun telefoonscherm gekluisterde artiesten je wel een beetje uit je droom helpen.