Beroepszeiker Tim Beumers is te oud voor de rapgame, aldus Tim Beumers

Hij is tegenwoordig eerder bekend van zijn zeikcolumns op FunX Radio en GeenStijl, maar faka met zijn muziek?

|
aug. 26 2014, 12:53pm

Tim Beumers aka Bolle Tim zit al langer in de rapgame dan dat jij de rapgame kent. Hij is bekend geworden met de rapformatie VSOP die rond het jaar 2000 samen met Opgezwolle en DAC kenmerkend was voor de scene in Nederland. Maar sindsdien is er veel veranderd voor Tim. Tegenwoordig ken je hem eerder van zijn zeikcolumns op FunX Radio en GeenStijl, waar vervolgens iedereen weer op loopt te zeiken.

Waarom maakte hij die carrièreswitch, en is muziek nog wel in één adem te noemen met Tim zelf? Ik ging bij hem langs om te vragen what’s up.

Noisey: Tim, je bent met van alles bezig: je bent columnist bij FunX, hebt een eigen rubriek op GeenStijl, maar faka met je muziek?
Tim Beumers: Ik rap al heel lang niet meer, ik ben daar te oud voor geworden.

Hoezo te oud, kent hiphop een leeftijdsgrens?
Dat ligt meer aan mezelf. Je bent nooit echt te oud om te rappen, maar ik vind wel dat ik te oud ben om rap als een primair iets te zien. Ik word deze week 39 jaar. Ik heb te veel verantwoordelijkheden om me volledig op rap te kunnen richten. Ik heb nu een gezin waar ik voor moet zorgen. Als je als rapper niet de nummers maakt die in de top 40 komen, dan heb je het moeilijk. Dus als je geen zin hebt om hitgevoelige muziek te maken, is het bijna niet te doen. Diggy Dex is het ultieme voorbeeld van rappen op oudere leeftijd. Je ziet dat hij moeite heeft om rond te komen. Hij moet er van alles naast doen om een beetje normaal te kunnen leven. Sinds ik rap niet meer als basis in mijn leven ben gaan beschouwen, heb ik een goed inkomen.

Op welke manier ben je nog wel bezig met muziek?
Vroeger maakten we met jongens van VSOP Spiekremixes. We pakten de beats van Amerikaanse hiphoptracks en rapten daar zelf overheen. Omdat het tien jaar geleden is dat we voor het laatst zo’n remix hebben gemaakt, ben ik nu bezig met CC aan een nieuwe mixtape. We zijn alle Nederlandse beats van de afgelopen tien jaar, waarvan wij dachten ‘had ik daar maar op gerapt’, aan het remixen, maar dan op een oldschool manier. Dan heb ik het over Hoesten Als Bejaarden van Jebroer, Jong Belegen, De Leven, maar ook classics als More Days To Come van E-Life, Medestander van Uni-q, Eens van Spacekees en Terilekst en ga zo maar door. Het zijn uiteindelijk 33 tracks geworden en we gaan die in november in één keer releasen. Daarnaast ben ik nog altijd bezig met draaien. Bijna elk weekend heb ik wel een optreden.

Hoe is de switch van rappen naar professioneel zeiken überhaupt gegaan?
Ik heb altijd al veel gezeken en een mening gehad over van alles. Wat ik met de zeikcolumns doe is iets heel kleins tot in het absurde opblazen, en dat is eigenlijk precies hetzelfde als wat ik vroeger tijdens het battelen deed. Uiteindelijk ben ik er een beetje ingerold dankzij de oude baas van FunX, Willem Stegeman. Hij bood me aan om per dag twee minuten lang een column voor te lezen. Hij zei: ‘Tim, je zit nu in Enschede en je bent nu aan het familieleven begonnen, maar je hebt echt een uitlaatklep nodig.’ Ik heb zijn aanbod aangenomen en inmiddels zijn we duizend columns verder.

Waar haal je je inspiratie voor een potje zeiken vandaan?
Ik vind gewoon alles kut. Ik ga bijvoorbeeld deze week een column schrijven over het verschil tussen mayonaise en frietsaus. Kijk, ik vind mayo gewoon lekkerder dan frietsaus en als ik dan een patatje mayo bestel, dan verwacht ik een patatje mayo en dus GEEN fucking patatje met frietsaus. Zeg dan gewoon tegen mij: ‘Meneer, sorry we hebben alleen frietsaus’. Net zoals een ober bij een restaurant hoort te zeggen: ‘Sorry meneer, we hebben alleen Pepsi’, als je om een colaatje vraagt. Is dat zo fucking moeilijk?

Haha! Je bent een echte Rotterdammer, maar je woont nu in Enschede. Waarom?
Mijn vrouw en kinderen wonen daar en mijn ouders komen er ook vandaan. Het is voor mij een zegen dat ik vier dagen in de week in Enschede zit. Het is daar rustig, ik kan me er ontladen en vader zijn voor mijn kinderen. Mijn kinderen hoeven ook niet te weten wat ik die twee dagen in de week in Rotterdam doe, en dat ik in studio’s hang en met bepaalde mensen omga. Ik vind het fijn dat dat gescheiden is.

Toch blijft Rotterdam wel belangrijk voor je. Althans, aan je kleding te zien. Je draagt supervaak je 010 Isn’t Just A Code-shirt. Wat is er met die stad dat je er niet weg kan blijven?
Ik kom oorspronkelijk uit Spijkenisse en als Rotterdam een havenstad is, ligt Spijkenisse aan die haven. De plaats ligt echt tussen de fabrieken en de schepen. Als de wind verkeerd staat, stinkt die hele godvergeten stad. Rotterdammers hebben een mentaliteit die echt beïnvloed is door de sfeer die er hangt, die is niet te vergelijken met andere steden.

Hoor je dat ook terug in de muziek uit Rotterdam?
Als je de muziek uit Amsterdam en Rotterdam vergelijkt met die uit Amerika, dan zijn wij New York en is Amsterdam Los Angeles. Daar is helemaal niet mis mee, maar wij zijn gewoon meer grimey. Die laatste clip van Feis bijvoorbeeld; je ziet niets gangsters, eigenlijk zijn het gewoon random beelden van de Kruiskade en omgeving, maar die clip is gutter. En dát is Rotterdam.

De mensen in Rotterdam werken langer aan hun muziek, ze schaven eraan totdat het perfect is. Terwijl de mensen in Amsterdam veel meer de ‘ik heb een track en ik wil bekend worden, ik ga ervoor!’-attitude hebben. Bijvoorbeeld Ali B, hij was niet per se een supergoede rapper, maar zijn hele mentaliteit en doorzettingsvermogen heeft hem op gebracht waar hij nu is. Dat doorzettingsvermogen mag hier wel een beetje meer.

Je maakte vroeger ook best wel persoonlijke tracks. Hoe laat je die kant van je nu spreken?
Ik wil al heel lang theater maken.

Oh mijn god, word je een van de rappers die óók het theater in gaat?
Nee, ik wil gewoon theater gaan maken, niet als rapper. Het zou dan in het verlengde van mijn columns liggen. Ik zou over vijf jaar best de nieuwe Youp van ’t Hek willen zijn, maar als ik het doe, wil ik het ook goed doen. Ik wil niet twintig minuten lang voor maar zes mensen een paar verhaaltjes en twee liedjes doen. Ik wil dan echt een onemanshow van anderhalf uur neerzetten.