De Nederlandse jaren van Nina Simone

Een gesprek met Gerrit de Bruin die eind jaren tachtig in Nijmegen voor de jazz-zangeres zorgde toen het zo slecht met haar ging.

|
nov. 27 2015, 3:33pm

De in 2003 overleden Nina Simone is in Nederland vooral bekend door haar vertolking van My Baby Just Cares For Me – we weten maar weinig over het roerige leven dat ze leidde. In de documentaire What Happened, Miss Simone? wordt met hulp van interviews, dagboekteksten en archiefmateriaal haar verhaal verteld; haar talent, de mishandeling door haar echtgenoot die ook haar manager is, hoe ze een belangrijke plek verwerft in de Amerikaanse burgerrechtenbeweging, en hoe ze alsmaar militanter wordt, het vertrouwen in de samenleving verliest en naar Liberia emigreert.

Een belangrijk sleutelmoment in haar leven is haar periode in Nijmegen eind jaren tachtig, waar ze na Liberia via een omzwerving in Europa terechtkomt, waar duidelijk wordt dat ze al lange tijd manisch-depressief is. Het is de Nederlander Gerrit de Bruin die haar naar de Gelderse stad haalt.

De documentaire over Simone draait momenteel op IDFA, voor mij een reden om met De Bruin te spreken over zijn vriendschap met Nina Simone en waarom hij haar naar Nijmegen haalde.

Noisey: In 1967 ontmoet u Nina Simone voor het eerst. Waar was dat?
Gerrit de Bruin: In het Concertgebouw in Amsterdam. Ze hield daar een concert dat om tien uur ‘s avonds begon. Tegenover de mensen van het Concertgebouw deed ik me voor als iemand van de crew van Nina Simone, en tegenover de muzikanten deed ik me voor als iemand van het Concertgebouw. Ik liep met wat spullen in mijn hand, ondertussen Engels pratend, zo het Concertgebouw in.

U was een fanboy?
Ik denk het ja (lacht). In 1962 hoorde ik haar muziek voor het eerst. Ik had nog nooit zoiets gehoord, het trof mij zeer. Het was de emotie en het perfecte pianospel. Die avond zou ik haar voor het eerst zien spelen. Die trommels die ik droeg heb ik ergens binnen neergezet en toen ben ik de zaal ingelopen. Daar zat ze op het toneel achter de piano. Ik ben het podium opgeklommen en heb me voorgesteld als haar grootste Nederlandse fan. “Nou,” zei ze, “als dat zo is, dan mag ik wel een stoel voor je laten komen.” En dat heeft ze gedaan. Ze vond het leuk en nodigde me uit voor een feestje in het Hilton na de show waar ik naartoe ben gegaan. Driekwart jaar later trad ze weer op in Nederland – die avond kwam ze bij mij en mijn vrouw in Driebergen eten.

En daar is een vriendschap uit ontstaan?
Het was vriendschap op het eerste gezicht. Na die keer zagen we elkaar regelmatig, ze kwam ook wel eens incognito naar Nederland. Ze vond Nederland een fijn land.

Als ze eind jaren zeventig vanuit Liberia naar Europa komt, gaat het niet goed met haar. Ze is, zoals je in de documentaire zegt, ‘een ongeleid projectiel’.
Ze speelde in kleine theaters voor een paar honderd gulden, het kwam zelfs voor dat ze zelf de straat op ging om kaarten voor die avond te verkopen. De concerten waren chaotisch maar wel mooi. Ze was niet in staat om voor zichzelf te zorgen. Haar appartement was een rotzooi, en op een gegeven moment ging het niet meer. Dankzij de Chanel-reclame werd My Baby Just Cares For Me een hit en zagen haar manager en ik de kans Simone weer op de kaart te zetten. Maar dan moest ze wel naar Nederland komen, er moest iemand een oogje in het zeil houden. Ze had geen geld, maar nog wel genoeg voor een taxi naar het vliegveld. Ik heb haar toen verteld dat ze naar Nederland moest komen.

Stond ze daar meteen voor open?
Ik zei tegen haar: “We hebben een plan en we gaan voor je zorgen. We gaan zorgen dat er weer structuur in je leven komt, dat er medicijnen komen zodat je je rustiger voelt, we gaan proberen concerten te boeken voor een goede prijs, maar dan moet je wel doen wat we zeggen.” Daar heeft ze ja op gezegd, want ze wist dat dit haar laatste kans zou zijn op een goed leven. Van geleend geld en opbrengsten van haar eerste concerten kocht ze een huis in Nijmegen. Achter het Belvoir hotel waar ze naartoe ging om te eten en te zwemmen. Ze had er een goed leven. Ze fietste door de stad, af en toe viel ze van haar fiets dan kwam ze met een buil op haar hoofd terug. Maar haar vertrouwen kwam terug.

In de documentaire lijkt Nijmegen een keerpunt in haar leven. Hoe zie jij dat?
In Nederland kwamen we erachter dat ze manisch-depressief blijkt te zijn, dat was een drama natuurlijk. Maar hoe zou het zijn geweest als ze die ziekte niet had? Als ik de literatuur erop na lees dan schort er nog wel eens iets aan genieën. Nina was heel duidelijk een genie. Ze was razendslim, ze wist alles. Maar op een gegeven had ze een huis gekocht in Frankrijk. Ze vond de winters hier te koud, wilde meer zon. Daar is het uiteindelijk weer slechter gegaan. In Amerika onmoette ze een schoonmaker aan wie ze vroeg mee naar Frankrijk te gaan. Hij heeft toen het management naar zich toegetrokken en de oude groep zoveel mogelijk op afstand proberen te houden. Ze was niet meer over te halen om naar Nederland te komen.

Je vertelde net al dat ze Nederland een fijn land vond, weet jij waarom?
Ze vond het hier relaxt. De mensen hier kenden haar wel, maar besteedden geen extra aandacht aan haar. Ze kon hier gewoon rondfietsen. “Ik hoef hier niets te doen om iemand te zijn,” zei ze wel eens.

Aan het einde van de documentaire wordt de vraag gesteld of Nina Simone wel mocht zijn wie ze was. Wat denk jij?
Bij ons wel, zeker. Maar ze kon door de ziekte nog wel eens kwaad worden, en dingen doen waar ze zich achteraf vreselijk voor schaamde. Wij probeerden haar daarvoor te beschermen. Dat was het ook waard, want wát een muziek maakte dat mens. Zo goed. Maar niet iedereen nam haar dat in dank af. Ze voelde een enorme rancune naar de muziekindustrie toe. Platenmaatschappijen vond ze bandieten.

Hoe vaak denkt u terug aan die tijd?
Dagelijks. Het maakte zo’n groot onderdeel uit van mijn leven.

Morgen, zaterdag 28 november, is de documentaire te zien op het IDFA, om 22.15 in Pathé de Munt. Daar zijn nog kaarten voor beschikbaar