Quantcast
Features

Purple Noise Record Club is de perfecte reden om naar Friesland te verhuizen

Het label gaf zijn allereerste showcase met muziek, bier en eierballen.

Tenzij je letterlijk onder een steen hebt gelegen, hoef ik je niet meer uit te leggen wat de Purple Noise Record Club is. En het concept van leegstandsbeheer behoeft ook geen duiding, behalve de notie dat het in het Noorden leukere dingen oplevert dan ‘gewoon een beetje antikraak wonen’. In Groningen zorgde leegstandsbeheer al voor misschien wel de leukste, en in ieder geval de vreemdste venue van het land: de Gym. En nu, in Leeuwarden, voor de Snackbar: een verlaten snackbar waar creatievelingen in zijn getrokken, waar ze muziek opnemen en optredens geven. De afgelopen twee dagen hielden ze er de allereerste Purple Noise Record Club-showcase. Er is bier en er zijn eierballen, er ligt een seksboekje met foto’s van enorme dikkerds en Eurosport staat op. Het ruikt er naar frituur en natte hond.

Het feestje is al begonnen als ik aankom, en het rumoer is een straat verderop te horen, waardoor het niet echt vreemd is dat ik ongeveer tegelijk arriveer met de politie, die voor de gelegenheid vergezeld wordt door een straatcoach. Hier toont zich de gemoedelijke aard van de Friezen, want in plaats van rucksichtslos te handhaven wat er hand te haven valt, wordt er een gesprekje gevoerd met Karina, het meisje dat de Snackbar heeft bedacht (en de Gym ook trouwens). De politie besluit om er geen einde aan te maken, want ‘het is zo gezellig en er zijn zo veel mensen’. Serieus, als ik de politie van Leeuwarden een recensie op Yelp kon geven, kregen ze het hoogst haalbare aantal sterren.

Als eerste treedt Idiott Smith op. Deze Fries, die voor vrienden en bekenden gewoon Roy Veenstra heet, maakt emotionele popmuziek, een beetje zoals Deptfort Goth of misschien James Blake, maar dan lo-fi en met een baard. Hij heeft wel wat van een jonge Michiel Romeyn. Roy heeft een mooie stem, maar in plaats van daar iets over te schrijven, kan je dit zelf horen.

Dan moet er snel omgebouwd worden, want hoewel de politie zeer schappelijk was, moet het wel stil zijn om 23:00 uur. Waterlelyck – een soort woordgrapje op Lyckle, zoals-ie echt heet – doet een optreden zoals optredens zouden moeten zijn: rommelig, gehaast, briljant en onverstaanbaar. In zijn eentje bedient hij vier of vijf machines; synthesizers en drumcomputers van het soort dat je in kringloopwinkels tegenkomt. Zoveel apparaten bedienen in je eentje heeft wel wat van die act dat iemand bordjes op stokjes draaiende houdt. De muziek is het beste te omschrijven als jaren-tachtigpop, met scherpe melodieën, dreunende tomfills, en af en toe een beetje J-pop. Ik was hiervoor een lang weekend op Incubate, en Waterlelyck overstijgt alles wat ik daar zag.

Tenslotte is er een optreden van PNRC-baas Yuko Yuko samen met Frankrijk. Dat is leuk, maar het komt niet helemaal uit de verf. De beats die Frankrijk heeft gemaakt zijn tof, er is veelvuldig een luchttoeter te horen en Elias draagt een okergele Yves Saint Laurent-trui, maar de aandacht van het publiek is weg, het hoogtepunt is al geweest en het is inmiddels elf uur; de angst voor een inval van de politie hangt voelbaar in de lucht.

Omdat het nog vroeg is, duik ik met Roy, Lyckle, Robert van PNRC nog even een café in, waar een jamsessie aan de gang is die we verstoren. Onderweg naar onze slaapplaats worden we op slinkse wijze een studentenkroeg ingepraat met de belofte van gratis shotjes. Eenmaal binnen wordt mijn slaapzak afgepakt, die ik pas terugkrijg als ik een rondje bier haal. Hoe leuk. Vervolgens belanden we in de FEBO, waar we dronken gesprekken voeren met plaatselijke vrouwelijke studenten. Ik heb de neiging om mijn accent aan te passen aan de plek waar ik ben, maar Fries is lastig, en ik praat op het eind van de avond als een kruising tussen Probleemwijken Assen en Voorste Linie. Het feest gaat gewoon verder op de plek waar we overnachten: een enorm complex waar kunstenaars en muzikanten wonen. Ik schrijf dit stukje om negen uur ’s ochtends, nadat ik wakker ben geworden van een stel stratenmakers dat naast het gebouw de parkeerplaats van de nieuwe popzaal Neushoorn in Leeuwarden aan het maken is. Robert en Lyckle liggen naast me, keihard te snurken, en af en toe komt er een overenthousiaste hond binnen.

Ik wil graag eindigen met een oproep voor iedereen die nog nooit in Leeuwarden is geweest om daar eens op een willekeurige woensdagnacht rond te dwalen. Je zult er geen spijt van krijgen.