IS HET NOU EINDELIJK EEN KEER AFGELOPEN MET AL DIE FESTIVALS?

Festivals zijn voor de menselijke expressie wat wildreservaten zijn voor de natuur: een teken dat het eigenlijk niet zo goed gaat.

|
aug. 30 2018, 9:47am

Foto via Getty Images

Het festivalseizoen is weer zo goed als voorbij en als ik even heel eerlijk mag recapituleren: ik vond dat er te veel waren. Veel te veel eigenlijk. Niet vanwege de herrie, want ik houd van herrie. Feestelijkheid en muziek vind ik ook leuk, en als mensen per se in tentjes willen slapen, be my guest. Het probleem met al die festivals is dat ze bijna allemaal zijn afgezet met een hek.

Ik ben deze zomer naar twee (leuke) festivals geweest, maar ik denk dat ik wel tien keer ongewenst tegen een (minder leuk) hek ben aangelopen van een festival waar ik niet per se naartoe wilde.

De ergste keer was toen ik probeerde naar het huis van mijn geliefde te rijden. In een buitenwijk van Amsterdam, waar normaal nooit wat gebeurt (behalve toeterende auto’s bij bruiloften en de verkiezing van Erdogan) stuitte ik op een politie-afzetting. Ik moest een bewonersbrief en een identiteitskaart laten zien om er langs te mogen. “Anders gaat straks iedereen deze straat in rijden om mensen op te halen van het festival.” Ik had geen bewonersbrief. Pas na een hele hoop onderdanige kruiperigheid mocht ik passeren van de autoritaire agente.

Erg schijnheilig, want deze uniformen komen ook aan mijn deur bellen als ik een keer spontaan besluit dat de wereld wel een extra hedonistisch feestje kan gebruiken. Ze beschermen zogenaamd de belangen van buurtbewoners, maar alleen van buurtbewoners die zichzelf koest houden en hun papieren paraat hebben.

We laten al lang geen vanzelf opborrelende oervreugde meer toe in onze levens, want dat is niet handig. Stel je voor dat mensen door supermarkten gaan dansen, aan sleutelpunten gaan ruiken op straat, of in bikini en bodychains naar hun werk gaan. STEL JE TOCH VOOR.

Foto via Getty Images

In Nederland doen we altijd heel normaal. Behalve in speciale zones, herkenbaar door hekken en bewakers. Daar moet je verplicht lol hebben, daar mag je high zijn en bomen knuffelen. Daar mag je bloot zijn en met mensen van alle genders tongen. Maar alleen op een festival. Daar lopen mensen die hun hele leven chagrijnig zijn rond met chemisch aangewakkerde glimlachen. Muggenzifters die boos worden van elk klein vlekje laten zich ineens gewillig onder smijten met kleurenpoeder. De zomerse verkaveling van Nederland is totalitaire humeur-terreur. Festivals zijn op deze manier helemaal niet vrij en leuk, maar vervullen een functie in een politiestaat die het liefst elke emotie afvlakt en reguleert. Vergunning verplicht.

Festivals zijn voor de menselijke expressie wat wildreservaten zijn voor de natuur: een teken dat het eigenlijk niet zo goed gaat.

Als ik niet op een festival ben, heb ik bijna het idee dat mijn vrolijke of vreemde gevoelens geen bestaansrecht hebben. Op de zaterdagochtend van Lowlands lag ik heerlijk koffie te morsen in bed en lachte ik om het slappe tijdschriftje dat ik aan het lezen was. Maar ondertussen werd ik voortdurend afgeleid door mijn eigen FOMO. Terwijl ik instastories keek kon ik me amper voorstellen dat ik het eigenlijk best wel naar mijn zin had in mijn huiselijke cocon: alle leukheid van Nederland leek samengebald in de Sexyland-tent. Want hoe vermaak je je eigenlijk nog echt als je niet op een festival bent.

Waarom kunnen we zelf niet meer bepalen waar we ons aanstellen en waar niet? Kan dat alleen binnen een hek? Moeten we daar echt die gigantische festival-economie voor op poten zetten?

Het is omslachtig en onnodig, maar zolang we ons erbij neerleggen is het een zichzelf versterkend proces: hoe meer mensen al hun vreugde bewaren voor een festival, hoe meer de rest van de wereld een dorre, plezierloze woestijn wordt. De frustratie waar je weekend na weekend voor wegrent naar een festival leef je weer uit in de buitenwereld, nog versterkt door een dosis post-drugs-chagrijn en existentiële crises.

Ik ben blij dat het weer herfst wordt, dat de hekken en de tenten worden opgeruimd. Het is fijn om weer te wennen aan een wereld zonder place to be. Een regenachtige wereld waarin je op onverwachte plekken ineens wat leukheid tegen kunt komen. Een wereld waarin we gewoon weer mogen genieten van muziek en kunst in plaats van het te gebruiken als decor voor onze atypische, escapistische uitspattingen. Laten we de hele winter gaan dromen over iets anders leuks om te doen in de zomer. Iets nieuws en fris, dat geen festival is. Want als het leeg blijft achter die hekken, worden het er vanzelf weer minder.