Quantcast
Features

Pitou maakt liedjes over allesverzengende liefde waarin je jezelf compleet wegcijfert

“Mijn vader vertelt graag dat ik op mijn tweede of derde aan het knopje op de radio aan het draaien was om klassieke muziek te vinden.”

Timo Pisart

​Beeld door ​Danny Griffioen

Ik herinner me nog precies hoe het voelde toen mijn hart voor het eerst werd gebroken. Sterker nog: ik kan het bankje met uitzicht op de Bossche Broek nog aanwijzen waar ik achteraf hartverscheurend heb zitten janken. Janken tot het snot over mijn kin stroomde en er geen vocht meer in mijn hoofd zat. Ik had alles gegeven voor die relatie, zo voelde het. Mezelf compleet weggecijferd om maar bij haar te zijn, totdat er in mijn hoofd ook niets anders meer bestond dan die relatie. Dat sloeg natuurlijk nergens op, omdat we totaal niet bij elkaar pasten en het een kwelling was geweest als ik de rest van mijn leven met haar had gespendeerd, maar toch: ratio en emotie zijn twee verschillende dingen, mijn vriend. Zeker als je zestien bent en voor het eerst verliefd.

Die allesverslindende, extreem agressieve romantiek waarin je jezelf compleet verliest, de liefde die eigenlijk al te laat is om te redden, die bezingt de drieëntwintigjarige Amsterdamse folkzangeres Pitou op haar debuutalbum, dat Pitou heet, en deze week verscheen. Ik weet niet wat het precies is, maar haar liedjes komen direct mijn ziel binnen. Ze zingt op zo'n manier dat mijn ogen spontaan vochtig worden. Ze maakt intieme, kale en vooral prachtige folkliedjes met mysterieuze melodieën in de geest van Alela Diane, Laura Marling of Julia Holter. Niet pathetisch, maar intiem en vaak ook krachtig. Ze heeft zo'n troostrijke stem dat ik niet direct mijn polsen wil doorsnijden, maar ook de schoonheid wel kan inzien van die totalitaire en destructieve verliefdheid. Om die troostrijke stem ook eens buiten de context van haar liedjes te horen, belde ik haar op.

Noisey: Hoi Pitou! Hoe is-ie?
Pitou: Goed! School is weer begonnen. Ik zit in het laatste jaar van het Conservatorium van Amsterdam, en ik heb de afgelopen drie dagen helemaal niets gedaan, omdat het album net uit is en de tour zo begint. Ik kan doorgaans helemaal niet tot rust komen. Ken je dat? Ik dwing mezelf weleens om op de bank te gaan zitten en een serie te kijken. Het is geforceerd ontspannen, dat wel, met de hele tijd een gebalde vuist.

Als ik je liedjes hoor, breekt mijn hart alsof het voor het eerst breekt.
Oja? Ik heb ze geschreven tussen mijn achttiende en eenentwintigste, tot twee jaar geleden dus. Ze gaan over de eerste keren dat ik verliefd werd. Toen het me voor het eerst overkwam, was ik helemaal overdonderd. Ik was juist erg rationeel, en opeens was er iets waar ik niet rationeel over na kon denken. Het was bijna verslavend, omdat ik het niet van alle kanten kon bekijken, iets waar ik geen controle over had. Verliefdheid kan leuk zijn, maar het is toch eigenlijk helemaal kut? En zoiets is machtig interessant als je normaal gezien heel veel nadenkt.

Het voelt raar om deze liedjes te zingen. Dit zijn de jaren dat ik kennismaak met mijn zelfstandige leven, het is gek om nu te zingen wat ik vier jaar geleden dacht. Stel je voor dat je jouw gedachtes van zo lang geleden op een bandje had opgenomen, en nu terug zou luisteren. Dan zou je tegen jezelf schreeuwen, denk ik.

Wat zou jij nu tegen die achttienjarige Pitou schreeuwen?
Helemaal niks, denk ik. Ik kom er vanzelf wel achter. Het is tussen aanhalingstekens goed gekomen. Als ik iets tegen mijn jongere ik had kunnen zeggen, zou ik bang zijn dat ik mijn hele levensloop zou opfokken.

Wat was de eerste keer dat jij heftig geëmotioneerd raakte door muziek?
In eerste instantie luisterde ik alleen klassieke muziek. Ik heb folkmuziek pas rond mijn achttiende ontdekt. Daarvoor zong ik in het Nationaal Kinderkoor, op de doop van Amalia en in het Concertgebouw. Het was vaak in het Duits, dus ik verstond er niets van, maar toch raakte het me ontzettend. Ik heb passages van Bachs Matthäus-Passion meegezongen, dan voelt het alsof iemand met harde kracht de tranen uit je ogen probeert te trekken. Bulgaarse koormuziek vind ik ook prachtig.

Ben opgevoed je met klassieke muziek?
Helemaal niet! Mijn ouders luisteren juist alleen maar wereldmuziek. Ze reisden veel door Afrika, en namen cassettebandjes mee terug die thuis altijd opstaan. Mijn vader vertelt graag dat ik op mijn tweede of derde aan het knopje op de radio aan het draaien was om klassieke muziek te vinden. Ik geloof er geen hol van, maar weet ook niet waar het dan wél vandaan komt.

Even terug naar je muziek: heb je degene over wie het gaat de cd al opgestuurd?
Ik vind het moeilijk om daar uitspraken over te doen, zonder het idee van een liedje te verpesten. Het album is niet voor één iemand, het is een verzamelpot van een heleboel personen. Sommigen weten het niet eens, en dat is maar goed ook.

Je zingt dat je jezelf wegcijferde. Doe je dat nog steeds?
Na een periode van wegcijferen kreeg ik een enorme tegenreactie waarin ik alleen wilde zijn en heel erg bang werd voor die totale toewijding. Dat hoor je ook wel op het laatste nummer van de plaat. Het is een meter die heel erg heen en weer schiet. Geen van beide is per se 'beter', het blijft een eeuwige staat van verwarring. Ik ben blij dat ik daar in elk geval achter ben gekomen.

Het debuutalbum van Pitou is hieronder te beluisteren via Spotify. Ze tourt dit hele najaar mee met de Popronde.