Alle foto's door de auteur

Ik ging naar een Rotterdams festival waar alles compleet uit de maat was

Gerda van de Glind

Er waren zingende tulpen, zombiezeemeerminnen en autoritaire Duitse punks.

Alle foto's door de auteur

Afgelopen zondag kon je in Rotterdam terecht voor het Ver uit de Maat Festival, een feest in poppodium WORM waarbij ze elk jaar hun uiterste best doen om een krankzinnig programma vol rare acts bij elkaar te schrapen. Op het affiche stond dit keer onder anderen een zingende tulp, een zombiezeemeermin-duo en een Duitse dada-punkband. Nou, dacht ik, als ik dit weekend ergens met mijn ziel onder mijn arm ga rondlopen, moet het daar zijn.

Bij binnenkomst lijkt alles niet meteen compleet geschift: ik zie een gezellige jazzband spelen. Kort daarna beginnen mijn oren toch te bloeden bij een geluid dat nog het meeste weg heeft van een zandstorm. Er raast namelijk een gigantisch getetter en kabaal rond, het schuurt aan alle kanten en blijven kijken naar hoe deze band speelt is een uitdaging. Niet zo gek ook, de groep noemt zichzelf de Traumatic Octopus Experience. In hun beschrijving op het programma staat dat het een onmogelijke combinatie is van black free jazz, Japanse noise, interstellar folk music, taboo literature. Prima, maar mijn oren en ik besluiten elders wat te gaan drinken.

Dieter en zijn dj booth

Onderweg naar de bar kom ik Dieter tegen. Ik ken hem niet, maar hij draagt een glitterpak en vraagt aan mij hoe het gaat en of ik straks naar zijn dj-set kom kijken. Een prachtige drie-eenheid (looks, charme en muziek) waar ik geen nee tegen kan zeggen. Ik ga in op zijn voorstel en sta op de dansvloer. Een schot in de roos, want Dieter blijkt een legende te zijn. Hij draait liedjes van Boney M en De Smurfen, en legt Het Busje Komt Zo ook op. De gemiddelde dj doet zijn stinkende best om het ene lied feilloos over te laten gaan in het andere lied. Dieter heeft daar geen boodschap aan. Elke plaat die hij heeft gespeeld wordt eerst zorgvuldig opgeborgen, vervolgens kondigt hij het nieuwe lied aan met een jaloersmakend charisma: “Het volgende lied is dus Daddy Cool van Boney M.” Daarna dropt hij rustig de naald op de plaat. Niets meer aan doen.

Inmiddels is Dieter alweer een uur aan het draaien en staat de volgende act klaar: Parasnol. Op de site las ik dat deze vrouw geen enkel noisefestival heel achterlaat, dus bereid ik mijn lichaam erop voor. Ik heb mijn oordopjes zo ver mogelijk in mijn hoofd geduwd, heb de dichtstbijzijnde nooduitgang gespot en bestel een biertje om het scherpe randje eraf te halen. Dieter zit nog steeds zo lekker in zijn zone dat hij vergeet te stoppen, waardoor Parasnol ongeveer een half uur onder haar keyboard zit te wachten met een plastic pak, een politiehelm en loopklossen als bh. Je zou verwachten dat iemand met de naam Parasnol gewoon snoeihard begint met spelen, maar ze wacht zo lang en lief dat als ze eindelijk mag, ze nog maar vijf minuutjes overhoudt om zelf nog wat te doen. Toch ben ik niet teleurgesteld. Haar set klinkt als die ene scène in oorlogsfilms waar iedereen wordt opgeblazen en je vanuit het perspectief van een soldaat half doof over het slagveld strompelt. Inclusief de blijvende piep in de oren.

Parasnol in actie

De volgende act is nog bezig met soundchecken en daarom neemt de presentator de tijd om het publiek te entertainen: “Wie in de zaal heeft er wel eens heroïne gebruikt?” Niemand steekt een hand op. “Ik zelf maar één keertje, maar toen die naald erin ging: godverdomme! Je moet het eigenlijk niet doen, maar ik kan het jullie allemaal aanraden!” Ik besluit deze tip even te parkeren en eerst eens van de volgende act te genieten: Varkenshond. Ik dacht dat het zoiets zou zijn als Homer Simpson en zijn Spider-Pig, maar ik had er niet verder naast kunnen zitten. Het is namelijk een Vlaamse band die zich comfortabel in kleermakerszit op het podium begeeft, lang vergeten heidense rituelen uitvoert, mantra’s zingt terwijl en op de kleinste trommeltjes op aarde slaat.

Varkendshond
Zingende tulp
Stuiterende zombiezeemeermin

Vanuit daar wordt alles een beetje wazig. Het ene moment zit ik nog bij het hypnotiserende optreden van Varkenshond, een tijdje later zit ik bijna te snotteren bij een zingende tulp genaamd Tulip, die singende tulpe, die heel ontroerend zingt over iets wat ik niet begrijp maar wel mijn hart verscheurt. Daarna aanschouw ik de autoriteit van een Duitse dada-punkband die in officiersuniformen kabaal maakt en met speelgoedauto’s rondrijdt. Ik eindig de avond met twee zombiezeemeerminnen die elektronische punk, breakcore en poppy takkeherrie maken en rondspringen op hun vinnen terwijl het licht van stroboscopen me verblindt. Op dat moment klikt het. Als je op een festival bent waar alles compleet gestoord en uit de maat is, maakt niets meer uit en dat geeft enorm veel vrijheid. Volwassen mensen die waarschijnlijk allerlei volwassen verantwoordelijkheden hebben, staan lekker mee te springen met een paar mythische wezens. Het is dan ook niet zo gek dat iedereen behoorlijk beteuterd is als het opeens afgelopen is. Ik word er zelfs een beetje sip van. Je moet het niet te vaak doen, maar als dit festival eenmaal inslaat dan, godverdomme, ik kan het jullie allemaal aanraden.