Van links naar rechts: Taran Allen (een van de deelnemende kunstenaars), Boris Postma, Feico de Muinck Keizer en Marijn Brussaard (foto door de auteur)

Zeg, waar zijn alle subculturen eigenlijk gebleven?

Boris Postma en Know V.A. hebben ze gevonden: samen met een boel muzikanten en kunstenaars hebben ze een expositie en clubavond georganiseerd rond dit thema.

|
okt. 11 2018, 12:57pm

Van links naar rechts: Taran Allen (een van de deelnemende kunstenaars), Boris Postma, Feico de Muinck Keizer en Marijn Brussaard (foto door de auteur)

“Gabbers, skinheads, metalheads en andere jeugdsubculturen: waar zijn ze nu? Waar zijn ze gebleven? Is subcultuur echt minder aanwezig in ons straatbeeld en op schoolpleinen en als dat zo is, hoe komt dat dan? Raken we iets kwijt dat van waarde is met het kleiner worden van deze gemeenschappen?” Deze vragen worden gesteld door fotograaf Boris Postma en de muzikanten Feico de Muinck Keizer en Marijn Brussaard van Know V.A., die samen een expositie en een clubavond organiseren in OT301 over “de staat van offline subculturen in de post-millennial wereld.”

Postma nodigde hiervoor een aantal internationale kunstenaars uit wiens werk draait om het documenteren van subculturen zoals gabbers en juggalo’s, en Know V.A. organiseerde er een clubavond omheen.

Ik sprak met ze af om het over deze vragen te hebben en om er hopelijk ook wat antwoorden op te krijgen.

Foto door Daniel Cronin

Noisey: Vertel! Waar zijn de subculturen gebleven?
Boris Postma: Nou, ze zijn er nog wel, maar ze zijn minder zichtbaar. Wat je nu ziet is dat de subculturen zoals we die kennen van toen we zelf opgroeiden in de jaren negentig, dat die minder in het straatbeeld aanwezig zijn. Daar zijn verschillende redenen voor, maar de grootste reden is het internet. Voorheen moest je echt fysiek ergens aanwezig zijn om met mensen te hangen. Je had twintig vrienden en die hadden allemaal weer een eigen groepje en een eigen stijl. Met de komst van het internet werd dat verveelvoudigd. Je kreeg de keuze uit duizenden verschillende groepjes, en je kon ineens met iedereen op de wereld hangen. Je was niet meer gebonden aan die ene locatie of die ene vriendengroep. Een van de kunstenaars die meedoet met de expositie zei: “Eigenlijk ben je zelf je eigen subcultuur geworden.” Je kan pakken wat je leuk vindt, je kan overal elementen vandaan halen en daar iets nieuws van maken.
Feico de Muinck Keizer: Je kan ook zelf een stroming creëren door in contact te zijn via internet met mensen over de hele wereld en daar hoef je niet fysiek aanwezig voor te zijn op een plek. Maar je bent nog wel op zoek naar mensen die hetzelfde denken. Uiteindelijk laat je op social media ook aan je leeftijdsgenoten zien wat je aan het doen bent.

Wat is de reden dat jullie dit evenement hebben opgezet? Uit nostalgie naar iets wat er niet meer is?
Boris: Dat is wel grappig dat je dat zegt, want dat is een van de dingen die binnen een subcultuur heel belangrijk is. Het leven naar de hoogtijdagen van die subcultuur. Mensen herhalen het verleden de hele tijd. Dat zorgt dat het ook herkenbaar is als subcultuur.
Marijn Brussaard: Je ziet dat ook bij Gabber Eleganza, een van de acts die we geboekt hebben. Dat is een gabber die vroeger wel in die wereld zat, maar er ook een tijdje uit was. Nu is hij die muziek van vroeger opnieuw aan het interpreteren en die interpretatie vinden wij interessant. Je hoort die invloeden ook in onze muziek. Niet door een hele harde kick, maar door een sinistere sfeer en harde metaalachtige geluiden, maar dan komen die terug in veel langzamere clubmuziek.
Boris: Gabber en hardcore moesten eerst naar het buitenland gaan en daar opnieuw geïnterpreteerd worden voordat ze hier in Nederland opnieuw intrede konden doen.
Feico Dat vind ik ook interessant. In Berghain nodigen ze Darkraver uit. Waarom doet niemand in Nederland dat?

Foto door Boris Postma

Hoezo moet het eerst naar het buitenland voordat het hier weer interessant wordt?
Feico: Hardcore was in Nederland al een ding. Iedereen kent het van de middelbare school. Voor ons was het uitgespeeld. Maar ergens anders pikken mensen dat op via internet en die denken dan: wow, wat is dit voor vette shit. Zij maken er dan hun eigen interpretatie van.

Van welke subculturen hebben jullie zelf deel uitgemaakt?
Marijn: Gothic. Of zo noemde ik het zelf in elk geval. Toen ik dertien was droeg ik oogschaduw en luisterde ik naar Good Charlotte.
Feico: Ik was gabber.
Boris: Ja, ik ook.

Ik zie nooit gabbers op straat, maar op een gabberfeest zie je er duizenden, met kale koppen en trainingspakken. Hoe zit dat?
Boris: Dat is dus het ding. De plekken waar deze mensen bij elkaar kunnen komen, worden geconcentreerd buiten de stad op speciale events. Een subcultuur is altijd een kleine groep, maar in grote omgevingen zijn ze nog kleiner. In een stad is het maar een heel klein deel.

Is er een punt waarvan je kan zeggen: daar zijn ze verdwenen?
Marijn: Het internet. Het is een beetje cliché om te zeggen, maar het is wel zo.
Boris: Een subcultuur is van zichzelf vrij conservatief. Het gaat om regels en tradities, dus verandering is eigenlijk funest voor een subcultuur. Hoe hou je een subcultuur coherent? Door regels, kledingvoorschriften, muziek. Op het moment dat alles door elkaar wordt gemengd, dan verwateren die grenzen van een subcultuur.
Feico: Waar je het nog wel ziet, is bij het corps.

Is het corps een subcultuur?
Boris: Ze onderscheiden zich van anderen en dat doen ze door middel van taal en kleding, dus ik denk dat het inderdaad wel een subcultuur is.

Foto door Rebecca Lewis

Is het erg dat subculturen verdwijnen? Je kan het ook zien als bevrijdend.
Marijn: Het is maar net waar je naar op zoek bent.
Boris: Kijk, je wordt niet meer op je bek geslagen omdat je iets anders leuk vindt dan de rest. Dat is goed. Maar aan de andere kant: de familie, zoals we dat kennen in een subcultuur, dat je samen van iets houdt en iets met elkaar opbouwt, dat is nu een stuk minder. Je ziet dat subculturen in andere landen nog wel echt bestaan en ook een belangrijke rol vervullen, namelijk het vrijvechten van het recht om jezelf te kunnen zijn.

Dus we hebben hier zoveel verworvenheden, dat we niet meer hoeven.
Boris: Dat is een aspect waar we samen met de kunstenaars achter kwamen.

Eigenlijk is het verdwijnen van subculturen een teken dat het goed gaat.
Boris: In feite wel, maar wat je ook ziet, is dat gemeenschappen verwateren. Individualisme is goed tot op zekere hoogte, maar dat iedereen alleen maar met zichzelf bezig is, is ook geen ideaal dat je wil nastreven.