Logo van de Grote Prijs, concertfoto via Getty

Het winnen van de Grote Prijs van Nederland heeft als artiest steeds minder zin

Timo Koren

Heeft de prijs eigenlijk nog wel een toekomst?

Logo van de Grote Prijs, concertfoto via Getty

“De Grote Prijs van Nederland zal er wel nooit meer van af komen: de mythe dat het met de winnaars nooit iets wordt”, schreef muziekjournalist Menno Pot in 2003 in de Volkskrant. De vraag is inmiddels of dat eigenlijk wel een mythe is. Want hoewel in de afgelopen vijftien jaar aardig wat flinke namen de talentenprijs hebben gewonnen (Typhoon, Eefje de Visser), is de Grote Prijs in de afgelopen zes jaar door een combinatie van financiële onzekerheid, teruglopende deelnemersaantallen en afnemend prestige minder relevant geworden. Heeft de prijs eigenlijk nog wel toekomst?

Toen rockband Satellite 7 in 2002 De Grote Prijs won, vertelden ze een jaar later aan de Volkskrant dat ze hadden verwacht dat de boekingen zouden binnenstromen, maar dat dit niet gebeurde. Sowieso zijn de winnaars in de categorie rock opvallend weinig succesvol: geen enkele band wist door te groeien tot een groep met de starpower van, laten we zeggen, Bløf (behalve niet-winnaars Racoon en Johan, misschien). In de categorie hiphop en singer-songwriter ligt dat anders. In 2001 stonden Raymzter, Opgezwolle en D-Men (met Lange Frans en Baas B) gezamenlijk in de finale. Zo tussen de jaren 2000 en 2010 leek het alsof iedereen die er in de Nederlandse hiphop toe deed aan De Grote Prijs had meegedaan: Ali B, Dio, Jiggy Djé, Kraantje Pappie, Mr. Polska, Pete Philly en Yes-R. Als je het rijtje winnende singer-songwriters bekijkt zitten er ook opvallend veel tussen die de stap naar een professionele muziekcarrière hebben kunnen maken: Lucky Fonz III en Roosbeef bijvoorbeeld.

Maar dat zijn allemaal namen van voor 2012. Van de huidige lichting rappers hebben alleen Ronnie Flex en De Likt meegedaan. Opvallend genoeg wonnen ze beiden niet de belangrijkste prijs: de juryprijs. Tegenwoordig lijk je als winnaar rijp voor de vergetelheid. Als je de tijd neemt om er een aantal terug te luisteren snap je waarom: ze klinken te vaak als jongens van het conservatorium die een rockbandje zijn begonnen, als een groep die tropical deephouse in bandformaat giet of als een guy die tot vervelens toe zijn ex terug probeert te winnen.

Dat de Grote Prijs na 2012 minder relevant werd is geen toeval: toen trok hoofdsponsor Heineken zich terug. Daardoor werd de organisatie kleiner en bovendien afhankelijk van subsidie. Dit in een tijd waarin er extreem bezuinigd werd op cultuur en andere talentontwikkelingsinitiatieven belangrijker werden, zoals de Popronde en popacademies. Doordat de Grote Prijs niet meer uniek is, adviseerde het Fonds voor Cultuurparticipatie (dat de Grote Prijs structureel subsidieerde) hun overheidsbijdrage na 2016 stop te zetten. Het Amsterdams Fonds voor de Kunst noemde dezelfde reden voor afwijzing van de subsidieaanvraag. Bovendien werd de organisatie als “zakelijk zwak” beoordeeld. Het is dan ook vooral aan de inzet van Tweede Kamerleden en een jaarlijkse bijdrage van een ton van het VSB Fonds te danken dat de prijs nog bestaat.

De vraag is alleen of het erg is als de Grote Prijs ophoudt te bestaan. Niet omdat popmuziek niet zonder subsidie kan, dat zeker niet. Overal ter wereld kan de overheid een cruciale rol spelen in de ontwikkeling van muziekscenes. Om een voorbeeld te geven: de recente oplevingen van grime en jazz uit Londen zijn deels het gevolg van buurtcentra, mogelijkheden om te spelen, van toegankelijke workshops, jamsessies en bevlogen leraren die dankzij publieke middelen van hun werk kunnen leven. Alleen moet subsidie (waarvan er dus méér naar cultuur moet) wel goed besteed en verantwoord worden. De vraag is of de Grote Prijs dat in de huidige vorm nog wel kan.

Het eerste punt waarop ze tekort schieten is het onderschatten van het belang van live optredens. In een tijd waarin artiesten vooral moeten rondkomen van shows, is veel spelen essentieel. Maar hoewel de Grote Prijs artiesten begeleidt, is optreden voor de winnaars geen prioriteit. Zo werden er vorig jaar slechts 21 optredens voor 11 artiesten georganiseerd. En dat waren ook nog eens minder prestigieuze optredens dan voorgaande jaren: waar je eerst als winnaar standaard op Lowlands speelde moet je het nu doen met het Bevrijdingsfestival in Amsterdam of Kaftival in Almere. Een talentontwikkelingsprogramma als de Popronde ziet het belang van optreden wel in: zij organiseren een tour langs 40 Nederlandse steden, waarbij in elke stad meer dan 20 bands geprogrammeerd staan. Dat zijn vooral kleine showtjes, maar juist van meters maken leer je als beginnende band enorm veel, bijvoorbeeld een connectie maken met je publiek. Laat dat nou net iets zijn waar het Fonds voor de Cultuurparticipatie kritiek op had: dat de Grote Prijs de media in plaats van het publiek als voornaamste doelgroep ziet.

Zo komen we bij het tweede punt: talentontwikkeling. De Grote Prijs biedt winnaars studiotijd en professionele begeleiding aan. Maar dat lijkt wel heel vrijblijvend, als je het jaarverslag uit 2017 erop naslaat. Nanah Dae speelde twee shows in Casablanca en dacht in Marokko na over wie ze is als artiest en persoon. Ze heeft haar vijfhonderd cd’s nog niet laten drukken. Vic Willems werkt aan “groei en een duurzame carrière”. Soultrash is bezig “zes neuzen dezelfde kant op te brengen” en aan een sterkte-zwakteanalyse. Dat zijn allemaal vrij vage, weinigzeggende woorden, waarbij de praktische kant van muziek maken eigenlijk geen enkele rol speelt. Je vraagt je af hoe de Grote Prijs in die zin kan concurreren met popacademies, waarbij je je als student in kan schrijven voor een driejarige opleiding waarbij je je vol op muziek kan storten en er ongetwijfeld ook ruimte is voor zelfreflectie. Bovendien: veel artiesten die meedoen aan de prijs studeren of studeerden al aan een popacademie (zoals Nanah Dae en Ronnie Flex). Heeft het zin om nóg een keer Winne als mentor te hebben, als je eerder al les van hem hebt gehad op de academie?

De afgelopen jaren zijn er allerlei vernieuwingen ingevoerd, waaronder dat coachingstraject, maar het lijkt allemaal overbodig. Humo’s Rock Rally is een soortgelijke prijs die om het jaar wordt uitgereikt in Vlaanderen: er zijn lokale voorrondes, halve finales in Gent en Antwerpen, en een finale in Brussel. De winnaar krijgt tienduizend euro om te besteden aan instrumenten en apparatuur, de sponsor is een bank. Daarnaast besteedt het blad Humo aandacht aan de winnaars. Klinkt allemaal enorm simpel, maar de talentenjacht heeft ruim dubbel zoveel aanmeldingen als de Grote Prijs (die heeft er zo rond de vierhonderd, Humo tussen de achthonderd en duizend), terwijl het om een veel kleiner afzetgebied gaat. Dat – in combinatie met sponsors die er nog steeds brood in zien – bewijst dat prestige, imago en vertrouwen belangrijkere voorwaarden zijn voor succes dan een vaag coachingstraject. Want ook de laatste jaren spelen Rock Rally-winnaars als The Hickey Underworld, School is Cool, Compact Disk Dummies en Whispering Sons uiteindelijk steevast op grote festivals als Werchter, Dour en Pukkelpop, én worden ze veel gedraaid door Studio Brussel.

Het is, kortom, raar dat een prijs die eerst door een particuliere sponsor werd gefinancierd nu door subsidie overeind gehouden wordt. Zeker als het meer wil zijn dan enkel een prijs en hetzelfde probeert te doen als andere, al gesubsidieerde instellingen als popacademies. Om terug te komen op de opmerking aan het begin, dat het met winnaars van de Grote Prijs nooit wat wordt: dat wordt in de laatste jaren steeds vaker bewezen en een prijs is zo relevant als de winnaars. Misschien is het daarom beter als de Grote Prijs de eer aan zichzelf houdt.

We vroegen de Grote Prijs om een reactie op dit artikel, en kregen het volgende terug:

De feiten kloppen en zijn geen nieuws voor ons. Het is alleen gebaseerd op informatie van een oude Grote Prijs. Is er ruimte voor de Grote Prijs oude stijl? Nee. Is er behoefte aan de Grote Prijs nieuwe stijl? Ja. De Nederlandse popsector heeft een gigantische behoefte aan talent dat klaar is voor de markt. Er ligt een groot gat tussen de stap van talent naar de podia. Jong talent mist vaak nog de kennis, het netwerk en de skills om verder te komen. Om dit gat te vullen is de Grote Prijs in haar nieuwe vorm ingesprongen op deze behoefte met meer liveshows en coaching.

In 2018 zorgden 21 Grote Prijs-events en 14 samenwerkingen voor 132 shows voor artiesten op onder andere Woo Hah, Vunzige Deuntjes, Paradiso en de Melkweg. Als jonge artiest werk je bij de Grote Prijs aan je eigen doelen met managers van onder anderen Fresku, Boef of MyBaby. De Grote Prijs doen we mét de sector.
Artiesten beroemd maken is geen doel op zich voor de Grote Prijs. Beroemd worden gaat niet vanzelf, maar om die kans überhaupt te krijgen heb je mensen nodig om je verder te helpen.

Volg Noisey op Facebook, Instagram en Twitter.