Coverbeeld door Lars Lensink, andere foto's door auteur

SpaceKees is opnieuw geboren en ik mocht daarbij zijn

Ik volgde hem en zijn nieuwe punkband naar hun eerste optreden en dat hielp mij meteen uit m’n winterdip.

|
nov. 20 2017, 12:45pm

Coverbeeld door Lars Lensink, andere foto's door auteur

Om eerlijk te zijn had ik het vorige week eventjes niet. Ik zat zo diep in een winterdip dat 808s & Heartbreak het enige was dat ik nog hoorde. Sinds ik tijdens een bedrijfsuitje met andere volwassenen verkeerd wist te landen tijdens het trampolinespringen, zit m’n nek zodanig vast dat ik eigenlijk alleen nog maar met zo’n vliegtuigkussentje om m’n nek naar natuurdocumentaires wil kijken. Of ik wil gewoon iets slopen.

Nou kan je er in zo’n situatie voor kiezen om deze problemen op te lossen, maar ook om er zolang mee rond te lopen dat het vanzelf een geaccepteerd onderdeel van je persona wordt. Ik neigde zeer naar het tweede, dat is immers hoe mijn generatie dealt met shit, tot ik geweldig nieuws las: SpaceKees, stoner des vaderlands en beroepsflexer, geeft een feestje waar hij een zelfgemaakte film laat zien én optreedt met zijn nieuwe punkband Spacepunk. Dat klonk me als therapeutische muziek in m’n oren: een hele woensdag lang schaamteloos jonko roken en ondertussen tegen een systeem naar keuze schoppen. Daarom vroeg ik of ik een dagje met hem mee mocht lopen. Mocht wel. Top! Bedankt Kees.

Een dag met SpaceKees kan maar op één plek beginnen: De Kribbuh. Amersfoorts hiphopheiligdom, geboorteplaats van een hele hoop rapcarrières en tevens de woning van Kees. Omdat ik naast nekpijn en een kleine winterdepressie ook een aantal vragen met me meedraag, besluit ik die eerst maar te stellen. Kees eet ondertussen pizza. Natuurlijk eet Kees pizza.

Noisey: Hé Kees. Wat is Spacepunk eigenlijk?
SpaceKees:
Ik liep al een tijdje rond met de vraag: waarom treedt SpaceKees niet op, verdomme? Praat ik met m’n boeker, vraagt-ie de hele tijd om nieuw materiaal.

Ja, nieuw materiaal kan handig zijn.
Zal wel, maar ik geloof niet dat ik niet gewoon kan optreden. Ik ken genoeg guys die maar één album droppen en gewoon genoeg shows hebben. Het hoeft dus niet, weet je? Ik had het hierover met iemand in mijn vaste kapperszaak en hij zei: “Je hebt gelijk!” We gaan gewoon in een punkformat oude nummers spelen. Kan mij allemaal niets schelen. Ik wil gewoon optreden, dus hebben we een aantal try-outs gedaan, en nu is er ook nog eens allemaal nieuw hiphopmateriaal dat ik vanavond ga laten horen. Daar zit nu dus ook een film bij, om de aandacht erbij te houden.

Wat mistte je het meest aan optreden?
Uh, ja, money? Als ik kon leven van buma en royalty’s zou ik het prima vinden, maar zo werkt het niet. Dus eigenlijk is de band ontstaan uit frustratie. Dit land is zo groot, waarom kan SpaceKees niet elke week voor een paar honderd euro optreden?

Ah, frustratie. De beste punkmotivatie. Ja. Terwijl ik hiphop met een band altijd fucking nep vond. Maar ik ben ook pissed off, dus daarom werkt het waarschijnlijk goed. Maar dan krijg je gelijk mensen die zeggen: “Dit is nu wat je moet doen!” Maar dan denk ik gelijk: nou, laten we eerst maar even kijken of het iets kan worden. Ik zie het wel als werk.

Stabiel werk en punk is toch eigenlijk een tegenstelling?
Misschien werkt het juist daarom zo goed. Het lijkt erg op werken, maar tegelijkertijd is het: fuck jullie. Gekke paradox, maar dat sluit wel weer aan bij punk.

Wat betekent punk nog in 2017?
I don’t know. Er zit niet zoveel verschil tussen punk en hiphop denk ik – het is je afzetten tegen het establishment. Dus wat dat betreft kan het ook. Het is niet dat ik punk vertegenwoordig.

Ben je vandaag al ergens boos om geweest?
Niet echt. Ik ben af en toe boos en ik maak me wel snel zorgen om dingen, maar aan de andere kant ben ik ook gewoon relaxed. Ik heb weleens gehoord: “Hé, Kees, waarom noem je je volgende album niet Aardige Man?”

--

Tijdens mijn gesprek met Kees denk ik steeds: de term punk is misschien ook wel aan inflatie onderhevig. Iedereen die wat herrie maakt en vaker dan gemiddeld kanker zegt als het over maatschappelijke kwesties gaat, is punk. En als dat de norm is, is dan iedereen die daarvan afwijkt niet juist punk? Is uitgerekend deze muziek maken om maar geld te verdienen om zo mee te kunnen draaien in ’het systeem’ het bewijs dat je je nergens iets van aantrekt? Is een 9-tot-5-baan de nieuwe ultieme middelvinger naar de wereld? Ben ik cool omdat ik de groene Balisto verkies boven een Mars?

Op het moment dat ik mezelf dreig te verliezen in deze meta-punk-retoriek komt gitarist Norman ons ophalen om naar het Skatecafé in Amsterdam te vertrekken, waar Spacepunk moet optreden. Omdat we naast vier personen ook een volledig drumstel, een gitaar en een opperbest humeur in de piepkleine Audi van Kees moeten proppen, heeft het vertrek een kleine vertraging. Op het moment dat ik samen met Amy, de vriendin van Kees, op de achterbank lig begraven onder een gigantische kickdrum belt zijn dierenarts om te vragen hoe het met het konijntje van Kees gaat na de operatie van gisteren. “Heel goed, bedankt voor je telefoontje,” zegt hij. Ik begin te geloven in mijn eigen theorie. Een hele generatie rappers maakte van dom het nieuwe slim, SpaceKees maakt dit het nieuwe punk.

Een grote trommel op schoot

In de auto discussiëren we over hoe echt de onlinewereld is in vergelijking met de offlinewereld. Norman heeft geen smartphone. Samen vinden we dat we het allemaal goed voor elkaar hebben in Nederland als je kijkt naar de barre leefomstandigheden in de grensgebieden met Rusland. Ebru Umar: stom. Kees demonstreert dat hij uit zijn hoofd de gehele soundtrack van de Sega-game Daytona kan meezingen. Als we aankomen in het Skatecafé eten we de andijviestamppot die is overgebleven van de personeelsmaaltijd. Twee stagiairs van Noah’s ark hebben een stapel joints gedraaid waar je asjemenou tegen zegt. M’n winterdepressie is officieel verleden tijd.

Ah, eindelijk krijgen we de film van Kees te zien! Al na de eerste minuut vervloek ik mijn beroep. Het lijkt onmogelijk om dit onvervalste spektakel in woorden te vangen. Met een man of zeventig – collega artiesten, mensen uit de industrie, fans – kijken we met open mond naar hoe een rapper (die dichter bij de veertig is dan bij de dertig) zichzelf in een badjas filmt terwijl hij zijn nieuwe muziek opvoert. Allemaal veranderen we in de beste vriend van Kees. Zelfs Kees verandert in de beste vriend van Kees. Vind je dat moeilijk om te geloven? Kijk het zelf, anders. Maar eerst het introfilmpje. En vergeet de ondertiteling niet aan te zetten.

Als iedereen na een uurtje is bijgekomen van dit spektakel begint Spacepunk te spelen. Met propjes toiletpapier als beschermende oordopjes spelen ze een paar nummers. Pe Pe Pe en Ik Wil Een Meisje werken bijzonder goed met band. Omdat het toch hiphop is ontstaat er zelfs een heuse freestylesessie met vrijwel alle aanwezige rappers in het publiek. Omdat het toch punk is, wordt er een bescheiden stagedive gearrangeerd.

Jiggy Djé vertelt me ondertussen dat hij in een vorig leven Kees een keer meenam als back-up voor een show, maar dat hij al na een paar nummers merkte dat z’n back-up verdween en hij hem opeens in de zaal aan de bar zag staan. En over die ene keer dat Kraantje Pappie hem zonder broek op een stoep in Haarlem zag liggen. Ik begin ook dronken te worden.

Terwijl ik dat doe besef ik in een dronkemanswaas dat SpaceKees een te koesteren figuur is binnen de Nederlandse muziekwereld. Niemand kan zo gemakkelijk zelfspot tonen zonder zichzelf te profileren als complete dorpsgek. Er is geen rapper die met een slechte camera een complete film schiet om te delen als toevoeging aan z’n nieuwe werk, en daarmee een staande ovatie van een gezelschap aan industriemensen oogst.

Er is er maar één als hij, en hij is vanaf heel snel dus als een herboren man te bewonderen op een podium bij jou in de buurt. Als het even meezit.