De stroboscoop: van industrieel gereedschap naar hypnotiserende clubverlichting

Het licht dat nu massaal in clubs knippert, werd ooit gebruikt om defecten in machines te ontdekken en moest niet veel later het volk bevrijden van massaconsumptie.

|
dec. 7 2018, 3:23pm

Foto door Frieda Vuur.

Een ritmisch, knipperend licht dat de bewegingen van je lichaam en de manier waarop je ze waarneemt van elkaar loskoppelt. Alsof je arm in haperingen beweegt, terwijl het voor je gevoel vloeiend is. De stroboscoop werd uitgevonden om in fabrieken de defecten van bewegende machineonderdelen te ontdekken. Nu wordt het licht, vaak in combinatie met rookmachines, vooral gebruikt om een dissociatieve sfeer te creëren in clubs. De grenzen tussen jezelf en de muziek, jezelf en anderen, en jezelf en de ruimte vervagen.

“De stroboscoop stel ik in tussen 8 en 12 Hz: de frequentie van je hersengolven in je droomslaap. Als je daar acht uur in staat, dan heb je echt geen vrije wil meer. Dan mag je het gerust een massapsychose noemen, wat zich hier afspeelt. En dat is heel erg mooi om naar te kijken,” vertelde Guy Tavares – de oprichter van Bunker Records – een tijd geleden aan VICE in zijn studio in Den Haag. Tavares beweerde zelfs dat het hypnotiserende effect van de stroboscoop personen aan verschillende uiteinden van het politieke spectrum bij elkaar zou brengen. Zo had hij een verhaal over een Antifa-activist die samen met een neonazi stond te lachen naar een stroboscoop op een van zijn feesten. Alsof het knipperen van het licht zelfs de meest uiteenlopende individuen naar een dimensie kan brengen waarin hun idealen niet langer meespelen. Of een lamp voor iedereen zo’n loskoppeling kan waarmaken is nog maar de vraag, maar Tavares was zeker niet de eerste persoon die een verborgen laag van perceptie toeschreef aan het licht.

In het begin van de negentiende eeuw experimenteerde de Tsjechische fysioloog Jan Evangelista Purkyně al met hallucinaties die door knipperlichten werden opgewekt. Die hallucinaties ontdekte hij per ongeluk. Terwijl hij met zijn ogen dicht richting het licht van de zon keek, bewoog hij zijn hand voor zijn ogen. Naast de roodgele waas die het licht veroorzaakte, zorgde de beweging van zijn hand voor “prachtige figuren die steeds complexer werden”. Hij maakte dit effect na in zijn lab met een lamp en een roterend wiel. In het wiel zat een gat dat ervoor zorgde dat het licht alleen in een knipperende, constante frequentie te zien was. Dezelfde techniek die de Belgische Joseph Plateau en de Oostenrijkse Simon Ritter von Stampfer rond die tijd gebruikten en respectievelijk benoemden tot fenakistiscoop en stroboscoop.

De ontwikkelingen van het knipperende licht kwamen in een stroomversnelling toen het elektrische licht een versie van de stroboscoop mogelijk maakte die geen roterende klep meer nodig had, maar simpelweg werkte met een lamp die snel aan en uit ging. De stroboscoop kreeg daardoor een belangrijke functie in fabrieken. Nadat de Amerikaanse wetenschapper Harold Edgerton de interval van stroboscooplichten op dezelfde snelheid als de rotatie van een motor instelde, werd het in de jaren dertig mogelijk om roterende onderdelen waar te nemen alsof ze stil stonden, zonder de rotatie te stoppen. Op die manier werd het makkelijker om defecten in onderdelen op te sporen tijdens inspecties. Dezelfde techniek wordt vandaag nog toegepast op platenspelers om te ontdekken of de speler op 33rpm (de standaard snelheid) draait. Ook in de motor van een platenspeler kan een afwijking optreden, die met een knipperend licht op dezelfde frequentie waarneembaar wordt.

In 1953 bracht de Britse neurofysioloog William Grey Walter het boek The Living Brain uit. Walter – die de stroboscoop gebruikte om tests te doen met epilepsie in zijn lab – deed verslag van de “wervelende spiralen, draaikolken en explosies” die zijn patiënten zagen in het knipperen van de stroboscoop. Hij beweerde op deze manier per ongeluk te stuiten op een “natuurlijke paradox die met zekerheid laat zien dat er een verscholen waarheid bestaat”. Het hoofdstuk van zijn boek waarin hij hierover sprak, noemde hij De openbaring van het knipperlicht.

Het bekendste geval van een beeld dat onbedoeld epilepsie-aanvallen opwekte was een Pokémon-aflevering die in 1997 op televisie kwam.

Die openbaringen over het onderbewustzijn waren oorspronkelijk niet het doel van Walters studie. Het opwekken van epilepsieaanvallen stelde hem – door middel van EEG-scans van het brein – in staat te ontdekken waar in het brein de aanvallen precies plaatsvinden. Hoewel maar ongeveer één op de vierduizend personen chronisch last heeft van deze aandoening, kan bij iedereen door middel van zeer intense lichtflitsen een aanval opgewekt worden. Het bekendste geval van een beeld dat onbedoeld veel aanvallen opwekte was een Pokémon-aflevering die in 1997 op televisie kwam, waarna er 685 kijkers (vooral kinderen) zich in het ziekenhuis meldden met een epileptische aanval.

Ook de stroboscopen op hedendaagse feestjes hebben soms een negatief effect op bezoekers. Tijdens de afgelopen editie van het Amsterdam Dance Event kwam het festival DGTL in het nieuws met het schrijnend aantal epilepsieaanvallen tijdens hun clubnacht. Hoewel bezoekers al snel naar de stroboscopen verwezen, gaf DGTL aan dat het lichtplan niet heftiger was dan op andere edities. Maar het dissociatieve effect van het licht heeft helaas wel vaker een epileptische aanval als effect bij dansende mensen. Tijdens de dj-set van Torus op Lowlands dit jaar werden er drie gevallen van epilepsie gemeld.

De opkomst van de stroboscoop op feestjes begon bij de beatgeneratie in de jaren vijftig. Dichters als William Burroughs en Brion Gysin waren zo geïntegreerd door de hallucinaties die Walter omschreef in The Living Brain, dat ze zelf aan de slag gingen met het maken van een flikkerend licht. Door een cilinder met gaten op een roterend plateau te plaatsen en een licht in het midden te zetten, maakten Burroughs en Gysin samen met hun wiskundige vriend Ian Sommerville de ‘Dream Machine’: een stroboscoop die enkel bedoeld is om de mooie vormen en kleuren op te wekken waar ze eerder over gelezen hadden. Een roterende machine die deze kunstenaars binnen handbereik hadden om hun machine te maken, was natuurlijk de platenspeler.

De dichters waren zo overtuigd van de potentie van deze machine, dat ze er patent op namen en de naam samenvoegden als ‘Dreamachine’. Volgens Gysin geeft de machine “artistieke visuele sensaties” die “oude vragen” beantwoorden over wat visie, kunst en kleur moeten zijn. Ze dachten dat de Dreamachine de televisie kon vervangen over de hele wereld. Zo zouden mensen gebruik kunnen maken van de creatieve potentie van hun onderbewustzijn, in plaats van dat ze gehersenspoeld werden om allemaal hetzelfde te denken. Hij nam contact op met Philips, en de dichters gingen in gesprek met een vertegenwoordiger van het bedrijf. De massaproductie van de lamp kwam uiteindelijk nooit van de grond. Wellicht was het commercieel interessanter om huishoudens te beïnvloeden met reclame, dan om ze aan te sporen om gedichten te schrijven en schilderijen te maken.

De effecten van de stroboscoop hebben wat weg van wat LSD met je kan doen. De drugs wordt nog altijd gebruikt als methode om te proberen andere dimensies waar te nemen. De geometrische vormen die opgewekt worden door het knipperende licht zijn vergelijkbaar met de vormen die psychedelica kunnen opwekken. Voor Gysin ging zijn lobby voor de Dreamachine samen met een interesse in muziek, omdat hij beiden zag als stappen om “de zintuigen te laten ontsporen met het doel de banden met een cultuur van controle te doorbreken.” Op die manier zouden we een nieuw bewustzijn kunnen creëren.

Tijdens The Trips Festival werd er LSD in drankjes verwerkt zodat het publiek samen kon trippen. Stroboscopen vormden een belangrijk aspect van de trip.

Ook voor de latere schrijvers uit de beatgeneratie – zoals Ken Kesey van de roman One Flew over the Cuckoo’s Nest – blijft het beïnvloeden van het bewustzijn centraal staan. Zijn boek vertelt over een personage die de controlemechanismen die de samenleving uitoefent, wil ontmaskeren tegenover een groep psychiatrische patiënten. Naast schrijver was Kesey ook de initiatiefnemer van de Acid Tests: feesten in openbare ruimtes in San Francisco en Los Angeles waar LSD getest werd. In 1966 nam Kesey, net voordat LSD een illegale substantie werd, met zijn Acid Tests de sprong naar een driedaags festival genaamd The Trips Festival. Tijdens dat festival werd er LSD in de drankjes verwerkt zodat het gehele publiek samen kon trippen. Lichtshows, inclusief stroboscopen, vormden een belangrijk aspect van de trip.

Het ietwat clichématige beeld van een festivalcultuur die draait om samen trippen, liefde, naakt rondlopen en volledige vrijheid had drie jaar later z’n hoogtepunt in Woodstock. Naar dat romantische beeld schetsen we nu nog steeds graag festivals, waar de stroboscoop nog vaak aanwezig is. Afgelopen zomer installeerde Torus samen met kunstenaar Nikki Hock honderd stroboscopen in een bos tijdens Draaimolen festival. De lichten vormden, samen met een aantal lasers, het volledige ontwerp van een podium waar Job Jobse, Larry Heard en Marcel Dettmann draaiden. Ook nu werkt het licht in harmonie met het ritme van de muziek en de effecten van drugs. Over het desoriënterende effect daarvan zegt Torus: “Nikki en ik spelen vooral met de snelheid van een stroboscoop. Als je een strobe heel snel laat knipperen is dat op het begin heel desoriënterend, maar op een gegeven moment wordt dat ook gewoon de norm. Dan mogen ze juist weer uit.”

Waarschuwing: de onderstaande video kan lichtflitsgevoelige epilepsie uitlokken.

Maar het nieuwe bewustzijn waar de Dreamachine voor moest zorgen, is in de tussentijd niet bepaald werkelijkheid geworden. Sterker nog, de algoritmes die nu bepalen hoe wij informatie tot ons krijgen hebben ons volledig in de ban. Je favoriete dj bepaalt via Instagram welke kleding jij koopt, Spotify heeft invloed op de muziek die je luistert, en Facebook zou met je stemgedrag kunnen rommelen. Als ik aan Torus vraag of we in zijn strobe-bos kunnen ontsnappen aan al die invloed is hij daar nuchter over: “Ik denk niet dat het voor onze generatie nog bijzonder is om zo met het onderbewuste bezig te zijn. We weten allang dat grote bedrijven op ons onderbewustzijn inspelen om ons dingen te laten kopen. Dat is niet meer een verborgen waarheid, er zijn genoeg mensen die weten hoe onze hersenen werken en hoe ze daar bijvoorbeeld online op in kunnen spelen.”

De stroboscoop heeft de strijd met massale hersenspoeling niet kunnen winnen van technologie, maar is in plaats daarvan juist onderdeel geworden van festivalcultuur, wat weer deel uitmaakt van de massa-industrie. De felle flikkering kan bevrijdend voelen tijdens de late uurtjes van een lange rave, maar helaas: maandagochtend zit je gewoon weer te werken onder een broeiend tl-licht. Feest-ze!

Volg Noisey op Facebook, Instagram en Twitter.