Sofie Winterson zoekt het hogerop

Ze houdt namelijk graag het overzicht. Op haar nieuwe album ‘Sophia Electric’ bekijkt ze haar gevoelens van een afstandje.

|
nov. 2 2018, 10:56am

Foto door de auteur

“Sorry dat ik te laat ben.”

Sofie Winterson komt om zes minuten over elf aan. Jaakko Eino Kaalevi, de Finse muzikant, treedt die avond op in de OT301 en wilde graag een gitaar van haar lenen. Vandaar de vertraging. Het blijkt dat de twee artiesten elkaar goed kennen en ook samen aan liedjes hebben gewerkt. “Maar niet voor dit album hoor,” zegt ze erbij. “Misschien komt het later nog wel uit.”

Het album waar ze naar refereert heet Sophia Electric en is vandaag uitgekomen op Excelsior. Daarop dus geen bijdrage van de Finse tramconducteur, maar wel van de Vlaamse muzikant Arne van Petegem (Styrofoam), Ben Westbeech en vaste samenwerkingspartner Rimer London (van Le Le en Comtron) en Lyckle de Jong. Het is een popplaat doorspekt met referenties naar de jaren tachtig. Dat begint eigenlijk al bij het artwork. Als ik vraag of ze vroeger kapper wilde worden – de hoes doet me denken aan zo’n boek met kapsels – vertelt ze dat Sophia Electric zo’n persoonlijk album is geworden, dat ze vond dat er ook een portret van haarzelf op de voorkant moest. “Ah”, zeg ik, “een beetje zoals Madonna.”

“Ja, of Françoise Hardy,” antwoordt ze.

Eigenlijk wilde Sofie afspreken bij REM Eiland, een restaurant op een soort hoogwerker. Toen dat qua locatie en tijd niet helemaal lekker uitkwam, stelde ze voor naar het Okura te gaan, om daar helemaal bovenin koffie te drinken. Uiteindelijk werd het een gewoon café. Op de begane grond.

Noisey: Je wilde de lucht in?
Sofie Winterson: Ja! Ik dacht: wat geeft me nou een goed gevoel?

Het Okura. Kom je daar vaak?
Nee, maar ik wilde ergens op een hoge plek.

Ik zie wel voor me dat iemand naar je nieuwe album luistert ergens in een penthouse dat over de stad uitkijkt, met regendruppels op de ramen.
Ja! Zo zijn veel liedjes ook gemaakt, in mijn vaders studiootje in Haarlem. Hij heeft een studio, die helemaal van glas is, op de zesde verdieping. Daar kijk je uit over de rivier Het Spaarne en eigenlijk over heel Haarlem. Een soort vissenkom is het. Ik heb ontdekt dat dat echt heel erg goed werkt.

Je zit graag hoog. Waarom?
Ik denk omdat je brein dan in een soort overzicht-modus komt. Je kijkt over dingen uit. Als ik liedjes schrijf, is dat ook vanuit een overzichtsperspectief. Als je te diep in een situatie zit, kan je er niet over schrijven. Daar heb je wat afstand voor nodig.

Je muziek klinkt ook erg ruimtelijk. Je maakt veel gebruik van galm.
Het is leger. Ik heb bewust nagedacht over wat er wel en niet op kwam. Ook weer een soort overzicht, dus. Meestal stop ik liedjes in het begin heel vol en dan haal ik later dingen weg. En ik hou ook gewoon van galm, vooral op de vocalen. Het is al zo verhalend, en zonder galm wordt het dan erg direct.

In het persbericht stond dat je een persoonlijk album wilde maken.
Nou, dat was geen vooropgezet plan, maar dat is het wel geworden.

Is muziek maken niet altijd persoonlijk?
Klopt, muziek is altijd persoonlijk, maar het kwam door fase van mijn leven waar ik inzat. Ik had een gevoel van: ik wil het allemaal alleen doen. Ik wilde onafhankelijk zijn, ook als producer. Als je dingen doet in samenwerking, komt er altijd ook iets persoonlijks van die ander in.

Maar je hebt wel samengewerkt op dit album.
Ja, maar de essentie, het concept en hoe het moest klinken, dat heb ik alleen bedacht. Het daarna verder uitwerken deed ik met Rimer, Lyckle, Arne en Ben Westbeech. Ik ging gewoon kijken van: oké, deze nummers passen het best bij deze persoon.

De vorige keer dat ik je sprak vertelde je dat je de stem bent van een Pearle-reclame.
Klopt, maar nu niet meer. Ik zing nog wel steeds het logootje. Pearle, Pearle, Pearle.

Hoe kom je bij zoiets terecht? Word je daarvoor gevraagd?
Dat ging via Rimer. Die doet veel dingen voor reclames. Hij zei altijd dat ik voice-overs moest gaan doen. Toen heb ik twee keer een stemtest gedaan bij zo’n bedrijf. Na afloop zeiden ze: “Ga nog maar even oefenen.” Later was ik een keer bij Rimer toen er een regisseur bij hem was, en ik had een dingetje ingezongen. Toen vroeg die regisseur: “Kan je eens ‘twee brillen voor de halve prijs’ zeggen?” Nou, dat vond-ie toen leuk. Mijn stem viel daar op z’n plek.

Je hebt een brillenstem.
En ik draag niet eens een bril.

Dat hoeft dan blijkbaar niet.
Ook geen lenzen.

Is dat nu ook iets wat je in je achterhoofd hebt als je een liedje maakt? Dat het misschien in een reclame kan?
Nee. Ik denk niet dat mijn muziek ooit onder een reclame zou komen. Bij reclamemuziek is het belangrijk dat de tekst hoopgevend is. Ik denk niet dat het met iets van mij erbij dan goed verkoopt.

Je bent vaak in Amerika, toch? Ik begreep dat je een green card hebt. Hoe komt je daaraan?
Gewonnen met een loterij.

O ja, daar heb ik weleens van gehoord. Wat een bizarre constructie.
Het past wel echt bij de American dream. Het is namelijk extreem moeilijk om er eentje te krijgen, maar Je kan ‘m wel winnen. Ik heb geluk gehad: ik heb me maar een keer aangemeld en toen meteen gewonnen.

Glennis Grace achterna.
Ik ga Glennis achterna. Is die finale al geweest trouwens?

Ze heeft verloren van een goochelaar, geloof ik. Maar is dat wel het idee? Wil je doorbreken in Amerika?
Nee. Ik bedoel, ik kwam er al veel om te spelen en het is vooral heel fijn dat het nu niet meer illegaal hoeft.

O ja. Moest je dan altijd gratis optreden?
Dat mag ook niet. Ik heb weleens bij de grens gestaan en dan zeiden ze: ‘We don’t believe you.’

Word je dan teruggestuurd?
Nee, want uiteindelijk is het jouw woord tegen dat van hun. Maar nee, ik heb niet het idee van ik ga Glennis Grace achterna. Het is fijn dat het nu gewoon allemaal kan en mag. Heel leuk om daar te spelen.

Maar toch, je zou nu kunnen zeggen: ik vertrek naar Amerika en ik ga daar mijn carrière van de grond proberen te krijgen.
Dat zou kunnen. Ik ben er veel geweest het afgelopen jaar.

Zou je het willen?
Ik vind het nu wel elke keer fijn om beide kanten op te kunnen gaan, en ook weer hier terug te komen. Ik ben het liefst waar de muziek is, waar ik kan spelen. Als ik daar ben, maar ik kan hier optreden, dan ben ik liever hier.

Heb je tijdens het maken van je album wel nagedacht dat het ook goed moet liggen in het Amerikaanse gehoor?
Nee, want ze vinden het ook leuk dat het Europees klinkt.

In het persbericht zag ik ook een rijtje namen van artiesten waar je je door hebt laten inspireren. Dat waren veel Amerikanen. Arthur Russel, Beach House, Elliot Smith.
Ja. Ik liep laatst ergens waar Elliott Smith blijkbaar had gewoond. Een andere muzikant waar ik mee was vertelde dat hij vlakbij een soort pedicure-salon woonde met een draaiend uithangbord, met aan de ene kant een vrolijk voetje en aan de andere kant een verdrietig voetje. Elliott Smith woonde op een heuvel en kon vanuit zijn raam dat ronddraaiende bordje zien. Als hij een vrolijk voetje zag, probeerde hij een vrolijk liedje te maken, en een verdrietig liedje als het een verdrietig voetje was. Natuurlijk kon hij helemaal geen vrolijke liedjes maken, maar je hoort het ergens wel terug in zijn muziek.

Dat is grappig, ik hoorde dat in jouw muziek: dat er een soort ‘vrolijke’ melodie is, maar dat je er iets overheen legt waardoor het toch verdrietig wordt.
Ik probeer het een contrast te geven. De teksten zijn vaak toch, ja, niet echt down, maar ook niet echt vrolijk. Dan vind ik het leuk om de muziek een contrasterende kleur te geven.

Het is dus een persoonlijk album, maar waar uit zich dat in? Wat maakt het zo persoonlijk?
Als ik het zelf nu terugluister, hoor ik precies waar ik doorheen ben gegaan. Ik had elf jaar een relatie en ik had een band waar ik mee optrad, en in een keer was dat allemaal over. Dat heb ik nooit als treurig ervaren, maar het was een enorme omslag. Het was: of ik ga niet schrijven, of het wordt dit. Maar het was absoluut niet therapeutisch. Ik vind het vet dat het zich op deze manier vertaald heeft. Als die periode er niet was geweest, was dit album er ook niet geweest. Maar ook wat ik zei over dat overzichtsperspectief: het is niet dat als ik nu die liedjes speel, dat ik dan zit te janken. Zo’n nummer zelf hoeft dan niet meer op mij van toepassing te zijn. Ik zoek naar thema’s uit zo’n moeilijke periode, en daar maak ik muziek over. Ik maak het niet in een emotionele bui.

Hou je van de winter? Ik bedoel, is dat waar de naam Winterson vandaan komt? Ik dacht eraan omdat die artiesten waar we het net over hadden, Elliott Smith en zo, dat associeer ik met een winterdipje.
Als ik melancholische muziek luister, krijg ik juist een euforisch geviel. Ik zou geen dj moeten worden. Dan wordt iedereen verdrietig, denk ik. Het werkt troostend. Maar ook als ik zo’n heftige periode heb, dan ga ik niet huilen van melancholische muziek. Ik word er juist op een lekkere manier melancholisch van. Het is fijn om die emoties te voelen. Maar de winter? Hm. De naam Winterson komt omdat ik moest denken aan Hans Christian Andersen. Ik dacht: dat is een vette naam, als schrijver. Ik wilde een schrijversnaam.

Heeft je muziek eigenlijk een doel?
Het primaire doel is het overbrengen van wat ik zelf voel als ik muziek hoor. Dat je een paar zinnen hoort en dat die bij jou iets triggeren waardoor je iets een plek kunt geven of dat het troostend werkt. Dat is wat ik hoop dat het doet.