Quantcast
De gevolgen van het kraakverbod: hoe in Nederland belangrijke podia verdwijnen

Het effect van het verdwijnen van kraakpanden op de Nederlandse muziekcultuur lijkt misschien klein, maar het tegenovergestelde is waar.

Als muzikant wordt er vaak naar je gekeken alsof er geld aan je te verdienen valt in plaats van andersom. Met de gage dek je vaak nauwelijks de kosten voor vervoer naar een show, laat staan dat je er je oefenruimte of instrument mee kan betalen. Er zijn zelfs feesten en festivals waar een pay-to-play model wordt gehanteerd – waar je als band moet betalen om te spelen, of waar je een aantal kaarten moet kopen voor je eigen optreden, en het geld dan terug moet verdienen door die kaarten weer te verkopen. Dit zijn maar een paar van de manieren waarop je in dit land als muzikant genaaid wordt.

Omdat er nauwelijks subsidie is voor plekken waar je als muzikant zonder winstbejag of dikke portemonnee een concert, expositie, of voorstelling kan organiseren, zijn er alternatieven nodig om een gezonde underground scene in stand te houden. Het probleem is dat deze alternatieven langzaamaan verdwijnen ­– er is steeds minder subsidie voor jongerencentra, en het wordt door strengere regelgeving rondom het verstrekken van vergunningen moeilijker om een gratis of goedkoop feest neer te zetten. Verder verdwijnen er plekken die belangrijk zijn voor alternatieve muziek en kunst in Nederland: kraakpanden.

Sinds de wet kraken en leegstand in oktober 2010 werd aangepast, is het kraken van leegstaande gebouwen verboden. In grote steden zoals Amsterdam en Utrecht leidde dit tot de ontruiming van bijna alle kraakpanden. Sommige van deze panden werden alleen gebruikt als woonruimte, maar een gedeelte ervan vervulde ook andere functies. In sommige kraakpanden worden concerten en voorstellingen georganiseerd, andere hebben oefenruimtes voor bands, of worden gebruikt als sociale ruimte voor bijvoorbeeld een volkskeuken.


Vila Friekens, foto via de site

Het effect van het wegvallen van broedplaatsen en kraakpanden op de muziekcultuur in Nederland zal voor veel mensen klein lijken. Maar het tegenovergestelde is waar: een aantal van de bekendste podia in Nederland, zoals Tivoli, ACU, Melkweg, Paradiso, Occii, OT301, Vrankrijk, Doornroosje en de Grote Broek zijn allemaal vanuit de kraakbeweging opgezet, of waren vroeger zelf kraakpanden. Daarnaast zijn er nog een aantal gekraakte plekken in Nederland die veel muziekevenementen en festivals organiseren, zoals het ADM-terrein, Bikewars, en Villa Friekens.

Deze plekken worden echter constant bedreigd met ontruiming. Nog niet zolang geleden zijn De Valreep, Pand 14 en NoTek ontruimd en zowel Villa Friekens (waar ik woon) als De Vloek in Schevingen zullen niet lang meer bestaan - allemaal plekken waar sinds het kraakverbod niet zo snel meer iets voor terug zal komen. Maar het wordt niet alleen moeilijk om een goede plek voor optredens in de alternatieve hoek te vinden. In de kraakscene komen ook genres en shows voor die nergens anders in Nederland een plek krijgen, en zonder de laagdrempelige optie die kraakpanden aanbieden waarschijnlijk niet zouden bestaan. Daarbij touren er elk jaar honderden bands door Nederland, voor wie het spelen in kraakpanden noodzakelijk is – de bands eten, drinken, benzinegeld en een slaapplek geven is hier namelijk normaal, terwijl venues met een winstoogmerk dit nauwelijks doen voor kleine bands.

Om je een beeld te geven van de stromingen en feestjes die in kraakpanden te vinden zijn, doen we hier een greep uit de verschillende genres en bands die je kan verwachten op een kraakfeestje.

Punk is al sinds het ontstaan eind jaren zeventig verbonden met kraken. De stijl is door de jaren heen flink veranderd en uitgebreid, en heeft een hele reeks aan subgenres voortgebracht, zoals hardcore, d-beat, crust, powerviolence, en in zeker mate grindcore. Veel hardcore- en crustbands, zoals Gewapend Beton, Kezus Krijst, O.D. Kids, en Terror Defence hebben een sterke band met de kraakbeweging. Veel punkbands in Nederland zijn er zelfs uit ontstaan. Door het verdwijnen van grote panden met oefenruimtes en concertzaaltjes, komen er nauwelijks meer nieuwe bands bij en bloedt deze subcultuur langzaam dood.

Ook ska is redelijk populair in de kraakscene, vooral ska-punk. Er zijn verschillende bekende bands die te maken hebben met de internationale kraakscene, zoals de Inner Terrestrials, Ska-P en vroeger De Hardheid. Deze bands touren veel, en doen in Nederland vaak optredens in kraakpanden, zoals hier in Amsterdam.

De Nederlandse kraakscene heeft ook een levendige groep elektronische muziekliefhebbers. Op feestjes hoor je drum & bass, electro en breakcore, maar de grootste stroming is tekno. Deze stijl is in de jaren negentig ontstaan met invloeden uit early rave, hardcore en techno, en klinkt ongeveer zo:

De teknoscene wordt gekenmerkt door het free party-principe. Dit houdt in dat de feesten over het algemeen gratis zijn, met lage kosten voor drank, geen security, een redelijk losse houding tegenover verschillende muziekstijlen en een open-minded kijk op recreatief drugsgebruik. Teknofeesten kunnen dus bijna niet in normale clubs plaatsvinden, en de meeste fans willen dat ook helemaal niet. Meestal wordt er voor een feest een weiland in de middle of nowhere uitgezocht, een grote hal gekraakt, of een bestaand kraakpand gebruikt. Het verdwijnen van grote kraakpanden is misschien niet het einde van deze scene, maar zorgt wellicht voor meer overlast, omdat er voor de meeste feestjes een nieuw pand gekraakt wordt. Dit kan door politieoptreden nare taferelen opleveren.

Maar muziek in en uit de kraakbeweging stopt niet bij subculturen. Ook veel bekende artiesten zoals Herman Brood, Kyteman, Opgezwolle, De Onderhonden en Def P, De Kift en The Ex hebben vroeger geoefend of opgetreden in kraakpanden door heel Nederland. Het verdwijnen van deze panden zou voor dit soort acts maakt het moeilijk voor de volgende Brood om zich te ontplooien.

De agressieve aanpak van kraakpanden sinds de invoering van het kraakverbod heeft niet alleen tot gevolg dat er meer leegstand is of dat er minder wordt gekraakt. Het verdrijft ook mensen uit de steden waar ze kraakten, en ze nemen bij het vertrek alle culturele meerwaarde mee. Er is namelijk niemand die de leegte opvult die grote gekraakte vrijplaatsen met zich meebrengen, en zodoende verdwijnen er niet alleen mensen, maar ook een stuk van onze cultuur. Het aanbieden van leegstaande panden voor tijdelijke huur, zoals bij de meeste legale broedplaatsen gebeurt, is vaak geen optie die een laagdrempelige plek biedt voor muzikanten om hun ding te doen. Er komen vaak selectieprocedures en huur bij kijken, en er kunnen geen concerten worden georganiseerd.


Beeld: Marian Genet

De oplossing is ver te zoeken. Gemeentes geven heel soms hulp aan bewoners van gekraakte vrijplaatsen die ontruimd worden, maar dit beperkt zich meestal tot het vinden van een tijdelijke woning zonder kans op herrie maken, en veel vaker staan de krakers gewoon op straat. Wat er nodig is, is een plek waar langdurig (denk aan minstens tien jaar) plaats is om zonder winstoogmerk een muzikantengemeenschap op te bouwen, te oefenen en optredens te geven. Dit kan makkelijk geregeld worden: in Nederland stond vorig jaar 8,32 miljoen vierkante meter aan kantoorruimte leeg, evenals een hoop lege gebouwen van gemeentes. Maar zolang muziek wordt gezien als iets waar je geld aan MOET verdienen, gebeurt dit niet. Zolang er subsidie blijft verdwijnen en de underground geen mecenas heeft, blijft kraken voor veel mensen uit de scene de enige optie.

Niels Backer is een drummer, student, en bewoner van kraakpand Villa Friekens in Amsterdam-Noord.