Het kan Stallion’s Stud niet schelen of ze succes hebben

Het Amsterdamse duo heeft net een EP uitgebracht op het label van Interstellar Funk, speelde in Berghain en Bassiani, maar loopt nog niet naast z’n hoefijzers.

|
dec. 6 2018, 10:16am

Foto door de auteur

Het Amsterdamse duo Stallion’s Stud heeft net een eerste EP uit en staat al meteen in Berghain en Bassiani. Best gek, zou je denken. Niet als je beseft dat het hier Red Light Radio-baas Hugo van Heijningen en dj/producer Identified Patient (Job Veerman) betreft, en dat die eerste EP uitkwam op Artificial Dance, het label van Interstellar Funk. Mensen van formaat, dus. Ze maken muziek die klinkt alsof het in een stoffige, Oost-Duitse kelder is opgenomen in 1983. Hugo doet de vocals (wat hij hiervoor ook deed in bands als White Slice, Firestone en Malkovich) en Job maakt de beats. Er staat ze een glorieuze toekomst te wachten, al blijkt in dit interview meteen dat het ze allemaal niet veel kan schelen of ze succes hebben of niet.

Noisey: Hugo, jij zit het halve jaar in het buitenland en dan heb je ook nog een radiozender. Job, jij staat op elk festival en in elke club te draaien. Hoezo hebben jullie nog tijd over om samen muziek te maken?
Job: We hebben deze EP vorig jaar opgenomen, misschien hadden we toen wat meer tijd?
Hugo: Ja, er was even wat meer tijd.
Job: Toen hebben we toegeslagen.
Hugo: Maar als je het druk hebt doe je ook veel meer, want dan ga je alles goed plannen. Daarom is het ook fun, dit project. Het is no nonsense. Het is wat het is.

Het gaat als warme broodjes over een toonbank.
Alleen al door het uit te brengen op het label van Interstellar Funk heb je al een stapje voor. We hebben ook allebei al een groot netwerk, we werden gedraaid door Hunee, die er ook nog een post over deed, we sloten afgelopen zomer Strange Sounds af, gelijk een optreden in de Berghain... We hebben zo’n kickstart gehad dat mensen denken: dit moet wel goed zijn.

Dat lijkt me wel het leuke van iets nieuws beginnen vanuit jullie positie, dat er meteen al allerlei deuren openstaan. Als jullie gewoon als twee onbekenden gastjes iets waren begonnen, was het niet zo vlot gegaan.
Ja, maar ik denk dat we veel beter zijn dan twee onbekende gastjes. We zijn er allemaal niet zo zenuwachtig over, we doen het gewoon en daardoor wordt het ook goed. We hebben niks te verliezen en het kan me ook niet schelen of het een succes wordt of niet. Als het misgaat, so be it.
Job: Je hoeft er ook niet per se een succesverhaal van te maken, omdat je toch al een hoop dingen ernaast hebt. Dat maakt het lachen.

Een leuk zijproject. Maar ondertussen gaat het wel gewoon lekker.
Hugo: Het lijkt allemaal heel wat, maar eigenlijk is er nog niet veel gebeurd. We hebben een plaatje opgenomen en een paar keer opgetreden.

Ja, als je het zo stelt, waarom zitten we hier dan eigenlijk?
Job: Ja, waarom zitten we hier?
Hugo: Ik vind het leuk hoor.

Toen ik jullie muziek hoorde, dacht ik: dit project is in de coffeeshop ontstaan.
Hugo: Hoezo? Als ik aan een hengst denk, denk ik aan een glimmend, sterk paard. Niet aan een coffeeshop.

Ik bedoel de muziek en de teksten, niet de naam.
Hugo: We blowen toch echt niet. En de muziek…
Job: Dat krijg je gewoon met die apparatuur, dat zijn geen high-end dingen. Een sampler en een mixertje en wat gitaarpedaaltjes, dat is het.

De teksten zijn vrij absurdistisch, toch? Voor zover ik het kan verstaan.
Hugo: Ik heb altijd dat ik me er helemaal in terug kan vinden, maar als het eenmaal opgeschreven is, moet het gewoon lekker klinken, dan heb ik geen boodschap meer. Ik vind het leuk dat mensen dan een zinnetje horen en denken: waarom heeft-ie het over wristbands? Dat vind ik grappig. Uiteindelijk gaan de teksten wel over dingen die me bezig houden, maar wat dat allemaal was, zou ik nu niet meer weten.
Job: Die chick in de metro. Dat was toch een tekst?
Hugo: Ja, nou, gewoon dingen die belangrijk waren op dat moment, maar als ze eenmaal zijn opgeschreven niet meer.

Wat was er met een chick in de metro?
Hugo: Er zit iets in over een, nou ja, nee. Nee. Gewoon rare dingen die je meemaakt.
Job: Wat denk jij als je die teksten hoort?

Het klinkt als vervreemding. Iemand die langzaam gek wordt.
Hugo: Grappig. Dat is wel steeds waar ik over wil schrijven, maar dan denk ik: waarom schrijf ik hierover? En dat verwerk ik dan ook weer in de teksten. Ik ben niet iemand die een mening erdoorheen wil drukken, of op een zeepkist wil gaan staan, maar ik heb wel een punkachtergrond. Daar leerde ik dat het goed is om iets te vertellen te hebben. Ik zing vanaf mijn veertiende in punkbands, toen zong ik ook over hoe je de wereld kan verbeteren. Nu nog steeds, maar dan denk ik meteen: maar ja, wie ben ik zelf? Het is hypocriet, en dat vertel ik er meteen bij in mijn teksten.

Het schrijven van de tekst is meteen al een reflectie op het schrijven van de tekst.
Dat is precies wat er gebeurt ja. Het is een bijzonder proces. Ik ben zelf ook vaak verbaasd wat eruit komt. Niemand hoeft het ook te begrijpen. Ik vind sommige woorden gewoon vet.
Job: Dat heb jij heel erg, ja. Net als met de naam Stallion’s Stud: het moest iets met SS zijn.

O ja, ik las nog een reactie op SoundCloud van iemand die zich afvroeg of jullie nazi’s zijn.
Hugo: Echt? Als ik ergens een hekel aan heb dan zijn het nazi’s. Nee dus.

Maar je wilde wel per se iets met twee keer de letter S.
Ik vond stallion een vet woord, ik vond stud een vet woord. Stable ook. Paardenstallen.

Het is wel lekker mannelijk, Stallion’s Stud. De ene dekhengst dekt de ander.
Ja, maar het kan ook een stud zijn als een pin, of iets waarmee je in de zij van het paard prikt zodat-ie sneller gaat. Het kan van alles zijn.

Tot slot, Job: is Hugo meer een vader of een oom voor je?
Job: Eh, een oom. Een oom waarmee je het gezellig hebt op een verjaardag.
Hugo: Wat een domme vraag. Daar ga ik nu de hele tijd als we elkaar zien mee zitten. O, ik ben toch je gezellige oom. Heel irritant.
Job: Er is nu een verwachtingspatroon.

Volg Noisey op Facebook, Instagram en Twitter.