Foto door Wouter van Dijk

Hoe ik probeerde net zo'n baller te zijn als Gordon maar daar niet in slaagde

Ik las Gordons biografie, at Gordons favoriete broodje in Gordons koffiebar Blushing en dronk een glas Moët onder werktijd, maar het mocht allemaal niet baten.

|
06 maart 2018, 10:08am

Foto door Wouter van Dijk

Gordon is de grootste baller van Nederland. Het vermoeden bestond al, maar de verhalen uit zijn biografie hebben me overtuigd. Gordon is een grotere baller dan Afrojack, Lil' Kleine en Dave Roelvink bij elkaar. Het zette me aan het denken. Kan ik ook zo zijn? Misschien wel, maar hoe? Ik besloot het te proberen door Gordon, biografie van een entertainer van Marcel Langedijk te lezen in Gordons koffiebar Blushing. In de hoop dat deze Gordonception een positieve verandering teweeg zou brengen. Een stap richting het zijn van een baller als Gordon.

Deze biografie is in veel opzichten een mijlpaal. Wat Gordon en schrijver Marcel Langedijk bijvoorbeeld goed hebben begrepen, is dat we in een post-truth-wereld leven. Sinds Donald Trump en zijn alternative facts is ‘de waarheid’ van ondergeschikt belang. Het gaat er alleen nog om dat mensen geloven wat je zegt. John Ewbank kan nog zo hard roepen dat het niet waar is dat ze samen hebben gerukt, maar wat doet dat ertoe? Ik kies ervoor om het te geloven, ik kan het me voorstellen – ik kan het bij wijze van spreken bijna ruiken – dus het is waar.

Mijn plan was om rustig een kop koffie te drinken en een stuk te lezen in het boek. Goed opletten, tussen de regels door lezen, focus en toewijding, misschien een stuk cheesecake eten (‘say-cheesecake’ heet het hier.) Maar zodra ik Gordons wereld binnenstap, begrijp ik dat dit niet volstaat. Blushing is een koffietent, maar iets zegt mij dat Gordon op zo’n heerlijke dag als deze geen genoegen neemt met een cappuccino. Als ik de drankjeskaart omdraai, lees ik “Omdat het soms Moët! Moët & Chandon Ice Impérial, 11,95 per glas.” Het wordt geserveerd met aardbeien en frambozen. Heerlijk.

Ik voel me een beetje vreemd. Het is maandagochtend en ik drink champagne terwijl ik de biografie van Gordon lees in de koffiebar van Gordon. Gênant is niet het goede woord, maar een beetje opgelaten voel ik me wel. Gelukkig biedt het boek afleiding. Ik lees prachtige zinnen. Deze bijvoorbeeld, waarin Marcel Langedijk beschrijft hoe Gordon twee hamburgers bakt: “Hij zal ze een paar minuten daarna op witte bolletjes leggen, samen met een paar plakjes augurk, tomaat en wat gebakken uienringen.” Het zijn precies dit soort beeldende zinnen die je hand vastpakken en je meenemen naar Gordons wereld, of in dit geval zijn keuken. Je zou er hongerig van worden.

Als ik aan Gordon denk, zie ik hem lachend voor me: een wit strand van glazuur onder twee hemelsblauwe ogen. Gordon is een lolbroek. Het spreekt dan ook voor zich dat de lunchgerechten op de kaart voorzien zijn van namen met een kwinkslag. Ik twijfel tussen een broodje Pzalm 50 (gerookte zalm, cream cheese light met bieslook, avocado, rucola, rode ui en kappertjes) en een simpel maar voedzaam broodje Donkerbruin Vermoeden (jonge kaas, tomaat, veldsla, augurk en mosterd). Hoewel Psalm 50 erg mooi is (“Mij behoren de dieren van het woud, de beesten op duizenden bergen, ik ken alle vogels van het gebergte, wat beweegt in het veld is van mij”), moet ik mezelf de vraag stellen: What Would Gordon Do? Dus kies ik voor een broodje met Zijn naam: ‘Gordon’s All Time Favorite’ (warme runderpastrami, koolsla, augurk, tomaat, parmezaanse kaas, rucola en dijonmosterd).

Daar zit ik dan en wat voel ik me goed. Nectar en ambrosia. Een bord vol brood met vlees en kaas en een forse plastic kelk met bubbeltjeswijn. Zo dicht bij Gordon ben ik nooit eerder geweest. Ik lees ondertussen over Gordons zwembad, waar je als vrouw niet in kunt zwemmen zonder zwanger te raken (vanwege de grote hoeveelheid sperma die erin rond zou drijven). Fascinerend. Dan de passage waar ik al kort naar refereerde: het rukken met de jonge Ewbank. Ook deze anekdote is erg poëtisch op het papier toevertrouwd door Langedijk: “John woonde in Zoetermeer, ik in Amsterdam-Noord, maar we zochten elkaar regelmatig op. We hebben nog weleens samen porno gekeken. Twee twintigers, samen trekken, bij John in zijn appartement. Hij had natuurlijk niet door dat ik op een afstandje alleen maar naar zijn pik zat te kijken. Fantastisch toch.”

Ik word een beetje licht in mijn hoofd, en niet van de Moët.

Achter mij bestelt een Engelssprekende toerist ook Gordon’s All Time Favorite broodje pastrami. Ik kijk de ober aan en we begrijpen elkaar zonder een woord te wisselen: die heeft natuurlijk geen flauw idee wie Gordon is. Ach, het zal hem er niet minder van gaan smaken.

Het moet gek zijn om hier wat te eten zonder idee van wie Gordon is. Blushing ademt Gordon. Hij staat levensgroot afgebeeld op de muur. Er zijn gerechten die zijn naam dragen. De mensen in de bediening hebben allemaal iets Gordonesque. Je kunt hem alleen niet horen: de muziek bestaat uit akoestische covers van bekende hits. Zo komt er een akoestische Time to Pretend voorbij, een akoestische Killing Me Softly en een akoestische More Than This. Best leuk, maar je vraagt je af waarom ze niet gewoon de muziek van Gordon draaien. Ik durf te stellen dat mijn glas champagne lekkerder wordt als ik ‘m zou drinken op de maat van Never Nooit Meer.

Ondertussen wordt er flink wat geneukt in het boek. Gordon neukt zijn huisarts, de assistent van Rita Verdonk, iemand met een pik van dertig centimeter lang en acht centimeter breed, en een marinier waarmee hij samen vrouwen neukt. Hij neukt overal: in zwembaden, in een appartement op Mykonos, op de landingsbaan van een vliegveld. En als Gordon niet neukt, dan snuift hij coke.

Ik voel me een beetje verslagen. Zit ik hier een beetje stoer te doen met mijn broodje pastrami en een glas champagne, het boek van Gordon te lezen in de koffietent van Gordon, in de hoop dichterbij Gordon te komen en te proeven van zijn leven. Maar dat gaat zo niet lukken. Ik word aan alle kanten overtroefd. Ik giet het laatste slokje Moët achterover en reken af.

Met mijn ziel onder mijn arm loop ik terug naar kantoor. Ik luister naar Jong Voor Altijd van het album Kon ik maar even bij je zijn, zijn debuut uit 1992. Het is een vrolijk, uptempo liedje, maar met een licht melancholische ondertoon. Dan klinkt de stem van Gordon en wat hij zingt laat al mijn zorgen en twijfels verdwijnen. Ik hoef geen baller te zijn als Gordon. De zon schijnt. Ik ben een beetje tipsy. Het is allemaal wel best.

Het gras is groener aan de overkant
Als ik geloven mag wat anderen zo vaak beweren
Waarom dat is, gaat boven mijn verstand
Kunnen we alle mooie dingen dan niet eens waarderen?
Wat moet ik doen – waar kan ik gaan
Als ik niet happy ben met mijn bestaan.