Alle foto's door Patrick Ebu-Mordi

Petersburg Orderer beoordeelt alle mogelijke festivalberoepen

We spraken de Amsterdamse band over dorpsgekken op kutfestivals, het belang van horecatijgers en hoedjes met logo's.

|
01 juni 2018, 12:08pm

Alle foto's door Patrick Ebu-Mordi

De band Petersburg Orderer kun je omschrijven als tweepop. Denk aan Belle and Sebastian op hun eerste album. Ze hebben pas drie keer op een festival gespeeld, maar gitarist Boris zit ook in Canshaker Pi en zanger/meesterbrein Camiel drumde in Palio Superspeed Donkey en bij Pip Blom. Toch wel echte festivalveteranen, dus. Ik legde ze alle verschillende beroepen die je tegen kunt komen op festivals voor, om erachter te komen welke ze wel en niet leuk vinden.

DE SPONSOR
Boris: Sponsoren zijn belangrijk, omdat hun geld nodig is. Maar daar houdt het wel op.
Camiel: Waarom kosten festivals zoveel geld? Alleen omdat bands zo duur zijn, toch? Dus of die sponsor zo belangrijk is? Het stimuleert festivals alleen om duurdere bands te boeken.

En jullie zien er niets van terug.
Camiel: Dat hoeft ook niet.
Boris: Ik vind het lelijk als er veel logo’s hangen. Een festival als Lowlands is een ontplofte bom van 50.000 mensen die met logo’s op hoedjes en T-shirts en bekers rondlopen. Op SXSW waren sommige plekken heel bedrijfsachtig. Maar goed, dat is een showcasefestival in Amerika, dus ik had het niet anders verwacht. Je had daar ook Hotel Vegas, waar nul logo’s hingen en waar de sfeer supergoed was.

Hangen die dingen samen?
Boris: Het correleert zeker. Plekken die geen sponsors nodig hebben, of het gewoon niet willen, zijn over het algemeen leuker.

Zouden jullie een sponsor willen?
Boris: Als we van Fender al onze snoeren en snaren krijgen, dan lijkt me dat best relaxed. Maar ik ga niet in een Marlboro-T-shirt rondlopen.

En jullie muziek onder een reclame?
Camiel: Je bedoelt dat iemand zegt: hier heb je honderdduizend euro en dan gebruiken wij jouw liedje? Waarschijnlijk doe ik dat gewoon. Dan maakt het ook niet meer uit wat voor merk het is.

DE PRESENTATOR
Camiel: Die zijn fucking dom en niet grappig.
Boris: Het is altijd een heel grote man, een dorpsgek-achtige gast, die wel heel vriendelijk en enthousiast is. Ze zijn een vast onderdeel van Nederlandse kutfestivals. Die sfeer, daar hou ik wel van.

Wat zijn kutfestivals?
Boris: Elke dag is er wel een stad of een dorp waar een festival is. Een subsidiedag waarop ze een podium en een bar neerzetten. Dan heb je lokale Ronnie die een stom pak aantrekt en heel hard je naam verkeerd schreeuwt. Dames en heren, The Petersburg Ordeners!

Is het leuk om op die festivals te spelen?
Boris: Ja hoor. Je zit gewoon met je vrienden in een busje en je rijdt ergens heen waar je muziek mag maken en gratis bier kunt drinken. Daar heb ik fijne herinneringen aan.

Zie jij dat ook zitten, Camiel?
Camiel: Nee. Ik zou het liefst heel weinig spelen. Een festival is een grote massale verschrikking.

Je speelt liever in kleine zalen?
Camiel: Nee, ook niet. Af en toe misschien. Niet drie keer in een weekend. Ik word er naar van als ik eraan denk.

DE GELUIDSMAN
Boris: Het is fijn als iemand zijn best doet en goed communiceert. Een geluidsman van een niet nader te noemen popzaal ging tijdens de soundcheck met mij in discussie over mijn gitaarsound. Hij vroeg of ik van plan was meer mensen aan te spreken dan alleen mezelf. Zo van: als je een klein bandje wil blijven moet je het lekker zo houden, maar als je wil dat andere mensen het leuk vinden dan zou ik het toch echt anders aanpakken. En toen ging hij tijdens de show het geluid aanpassen.

Speelde je toen slechter dan anders?
Boris: Ik ging uit een soort puberale opstandigheid juist beter spelen.

DE FAN
Boris: We hebben geen fans.
Camiel: Nee.
Boris: Wel vrienden. De helft van de mensen die zegt dat ze ons leuk vinden, meent dat ook echt, denk ik. Het is een vrij kleine groep, maar het zijn allemaal lieve mensen. Moeders en zo.

DE DEALER
Camiel: Wat voor dealer?
Boris: Een drugsdealer.
Camiel: O ja. Op een festival? Dat lijkt me niet echt handig. Stel je voor dat je gesnapt wordt.
Boris: Als mensen zich vermaken en geen anderen lastigvallen, is er niets mis met drugs. Je moet wel voorzichtig doen.
Camiel: Ik gebruik geen drugs en het maakt me niet uit als iemand anders dat wel doet.

DE RECENSENT
Boris: De enige mensen die recensies lezen zijn de muzikanten waarover het gaat.
Camiel: De tiplijstjes vooraf zijn nog wel handig om in te staan.
Boris: Dat zijn altijd suffe lijstjes. Het is leuk dat er recensies bestaan, maar ik vind dat het inhoudelijk vaak best oppervlakkig blijft. Heel schools.
Camiel: Ik lees geen recensies en het maakt me niet uit als iemand anders dat wel doet.

DE BARMAN
Boris: Horecatijgers zijn altijd nodig.

Drinken jullie voor optredens?
Boris: Ja.
Camiel: Ik deed het altijd omdat ik optreden eng vond. Nu doe ik het niet meer.
Boris: Je merkt dat je na twee biertjes minder goed gaat spelen. Als je nuchter bent speel je het best. Na afloop vind ik het wel fijn om een biertje te drinken. Ik vind het eigenlijk altijd fijn om een biertje te drinken.

DE TOEVALLIGE TOESCHOUWER
Boris: Je wil vooral voor jezelf een goede show neerzetten. Daarna is een toevallige toeschouwer overtuigen het hoogst haalbare.
Camiel: Eigenlijk hebben wij alleen maar toevallige toeschouwers. Laatst speelden we ergens en toen zag ik vijftig gezichten naar mij kijken. Dat vond ik prachtig.

En als ze er doorheen praten?
Camiel: Ik kan zeggen dat ik dat niet erg vind, maar… ik trek me sowieso alles persoonlijk aan.
Boris: Ik vind het niet zo erg. Ik snap die mensen wel. Zelf vind ik 95 procent van alle bands kut, dus dat wij voor anderen soms binnen die 95 procent vallen is logisch.

DE ARTIST HANDLER
Boris: In Nederland zijn festivals vaak professioneel opgezet. Het is piepklein, je snapt zelf ook wel waar de wc is, maar er is toch iemand ingehuurd die hem aanwijst.
Camiel: Dat is fijn. Niet dat iemand de wc laat zien, maar dat er iemand is die geen enkele andere functie heeft dan dat. Iemand die af en toe iets tegen je zegt. Een festival bestaat toch vooral uit rondhangen, op dat halve uurtje dat je moet spelen na.

DE PROGRAMMEUR
Boris: Le Guess Who is het beste festival van Nederland. Dat komt vooral doordat ze een sterke line-up hebben. Ze creëren een mix van vette namen waarvan het toch bijzonder is dat ze er zijn, en namen waarvan je een half jaar later baalt dat je ze niet hebt gezien.

Hoe is het niveau van Nederlandse festivalline-ups?
Boris: Er zijn best veel kutfestivals, maar ook een paar mooie. Op Lowlands, Best Kept Secret en Into The Great Wide Open staan altijd wel tien goede bands.
Camiel: En op Le Guess Who dertig.
Boris: En dan zijn er nog honderdzeventig andere festivals waar je nog nooit van gehoord hebt en waarvan de helft ook vet is.

DE MUZIKANT
Boris: We houden natuurlijk heel veel van muziek.
Camiel: Maar de ene muzikant is de andere muzikant niet.
Boris: Nederland is een superklein land en er zijn superveel festivals omdat er superveel subsidie is. Je komt steeds dezelfde bands tegen. Daar ontstaan soms vriendschappen uit.

Inspireert dat, of is er vooral competitie?
Boris: Het kan inspirerend zijn om te zien hoe anderen dingen aanpakken. Competitie heb ik nooit echt gevoeld.
Camiel: We zijn wel fucking jaloers op Pip Blom.
Boris: Ze is een geweldige muzikant. Haar carrière zou ik wel willen stelen.
Camiel: Ik niet. Zij speelt heel veel. Ik wil niet veel spelen.

Knal vol gas het festivalseizoen in met VICE. Lees deze zomer alles over festivals op festivals.vice.com.