Alle foto's door Tim Schutsky

Hoe punk gevormd werd door goedkope verzamel-cd’s

In de vroege jaren 2000 had iedereen een stapeltje ‘Punk-O-Rama’-cd’s in de kast liggen.

|
20 november 2017, 3:03pm

Alle foto's door Tim Schutsky

A shorter version of this story appears in VICE magazine and Noisey's second annual Music Issue. Click HERE to subscribe to VICE magazine.

In 1994 gebeurde er iets onverwachts en merkwaardigs met punk: het werd populair. In navolging van de populariteit van grunge in de jaren negentig werden Dookie van Green Day en Smash van The Offspring grote successen en verkochten miljoenen exemplaren. Er was ineens interesse in de commerciëlere variant van het genre, dat tot dan toe vooral populair was in de underground. Terwijl een handjevol bands enorm veel verkocht, wachtten talloze andere punkbands aan de zijlijn, in de hoop opgemerkt te worden. Opkomende punklabels realiseerden zich dat ze in potentie een hoop sterren in hun stal hadden, en een decennialang fenomeen van de muziekindustrie werd geboren: goedkope punkcompilatie-cd’s.

In 1992 bracht de oprichter van Epitaph Records, Brett Gurewitz, More Songs About Anger, Fear, Sex and Death uit, een verzameling van 26 liedjes van bands gelieerd aan het label uit Los Angeles. Het was een hommage aan de punkcompilaties waar hij mee opgroeide in de jaren tachtig, zoals Hell Comes to Your House. Het probleem was dat de cd’s te duur waren (16 dollar) voor arme punks, en dat de naam kut was. In 1994 bracht hij de beter klinkende verzamelaar Punk-O-Rama uit, met een smerige, neongroene cover, top-acts van het label als Rancid, Pennywise en Total Chaos, en de schappelijke prijs van vijf dollar.

Punk-O-Rama, ran from 1994 to 2005 for ten volumes.

Tegelijkertijd in San Francisco, begon de frontman van NOFX en medeoprichter van het toen nieuwe label Fat Wreck Chords, “Fat Mike” Burkett ook met verzamelaars. In datzelfde jaar bracht zijn label Fat Music for Fat People uit: een cd met 14 liedjes van onder anderen Propagandhi, Lagwagon en Strung Out. Hij deelde ze gratis uit bij shows.

“Ik verscheepte er duizend naar elke show van een NOFX-tour en we gaven ze allemaal weg. Niemand deed zoiets in die tijd, omdat cd’s nog erg duur waren,” vertelt Burkett ons. “Mensen weten het niet meer, maar een gratis cd krijgen was bijzonder. Alsof iemand je vijftien piek gaf.”

Fat Music, ran from 1994 to 2015 for eight volumes.

Toen de tour voorbij was, begon hij ze te verkopen voor de lage prijs van 3,98 dollar. Dat was te weinig om winst mee te maken, omdat cd’s toen erg duur waren om te produceren, maar de promotionele waarde maakt het de moeite waard. Fat Music for Fat People verkocht 200.000 exemplaren en zorgde ervoor dat Fat Wreck Chords een bekende naam in het genre werd. Goedkope compilatie-cd’s werden al snel de beste manier voor jonge punks om nieuwe muziek te ontdekken in het pre-internettijdperk.

­­Dat zorgde voor een gezonde rivaliteit tussen de twee labels. “Ik weet dat Mike denkt dat Fat Music for Fat People eerder uitkwam dan Punk-O-Rama, maar dat is bullshit. Mijn compilatie kwam een jaar eerder uit. Bovendien was het een druppel in de oceaan, want die gasten waren ontzettend klein toen,” zegt Gurewitz. Maar Fat Wreck Chords begon te groeien, mede dankzij de compilaties, en uiteindelijk verhuisde NOFX van Epitaph naar Fat Wreck Chords.

Epitaph en Fat brachten bijna elk jaar een nieuwe editie uit, met herkenbaar artwork waardoor ze opvielen in cd-winkels. Vaak zat er een postordercatalogus in de cd. Hoe meer verzamelaars ze verkochten, hoe meer albums en T-shirts van bands ze verkochten. De cd’s werden een vaste prik tijdens de Warped Tour, en andere labels volgden al snel: Hopeless Records, Nitro Records, Kung Fu Records, Vagrant Records, Hellcat Records (een zijtak van Epitaph), en Go-Kart Records. Die laatste was de eerste verzamelaar die verkocht werd bij punkwinkelketen Hot Topic.

“In die tijd was het zo dat je eigenlijk niks kon verkopen bij Hot Topic, want dat was niet punk,” herinnert Go-Kart-oprichter Greg Ross zich. Maar hij zag de kracht van te koop zijn bij een grote winkelketen en maakte een deal met Hot Topic. “Opeens sprongen alle labels op de trein, tot Sony aan toe. Ze hadden vijf of tien van die goedkope cd’s bij de kassa liggen. En dat zorgde dan in sommige gevallen voor zestig of zeventig procent van de verkoop op zo’n goedkope sampler. Het was bizar.”

Go-Kart Vs. the Corporate Giant, ran from 1997 to 2006 for four volumes.

“Ik herinner me dat het ons lukte om onze verzamelaars in de winkels van Blockbuster te krijgen,” zegt Louis Posen, oprichter van Hopeless Records. “Ik weet niet hoe het ons lukte, maar Hopelessly Devoted to You lag plots op de toonbank van een grote winkelketen.” Wat ook hielp, was dat er glimmend folie om de cd’s heen zat, en dat er Willy Wonka-achtige gouden tickets in zaten. Zo werden de cd’s onweerstaanbaar voor jonge fans met een paar dollars besteedbaar inkomen.

De compilaties zorgden er niet alleen voor dat punk voet aan de grond kreeg in winkelcentra en grote ketens, maar het creëerde ook een industrie voor bands die normaal gezien niet in de hitlijsten terechtkwamen. “Bands hebben altijd een paar nummers die erbovenuit springen, en er was toen niet echt een plek voor punk op de radio of tv. Ze kwamen niet op MTV, zelfs college radio moest er niets van hebben. Er was nog geen internet,” zegt Gurewitz. “ Punk-O-Rama was een manier om de beste liedjes te pakken en ze allemaal samen te gooien. Het was een vorm van communicatie, we maakten een soort playlists.”

“Jaren nadat we die compilaties deden, kwam ik nog mensen uit bandjes tegen die uit elkaar waren, en ik kreeg altijd opmerkingen: ‘Duizendmaal dank. We gingen touren en niemand kende iets. Maar dan speelden we het liedje dat op je compilatie stond en dan ging het publiek ineens los,’” vertelt Ross.

Hopelessly Devoted to You, ran from 1996 to 2009 for seven volumes.

“Elke band had een hit. Elke band heeft nu een liedje dat ze bij elke show verplicht moeten spelen,” lacht Burkett. “Niet veel mensen kochten het album van Diesel Boy, maar iedereen kent dat ‘pants are falling down’-lied. Ze verkochten twintigduizend albums, maar die compilatie verkocht er zeshonderdduizend. Heel veel mensen kenden dat ene lied.”

Labels gingen steeds meer en gevarieerdere compilaties uitbrengen. Er kwamen nog meer series, sommigen ten behoeve van een goed doel of om sociale veranderingen teweeg te brengen. Hopeless Records lanceerde een non-profitorganisatie, Sub City, en coördineerde de Take Action! Tour, die samenviel met de Take Action!­-compilatieserie, waar elf delen van uitkwamen. De tour en de verzamel-cd’s hielpen om meer dan tweeënhalf miljoen dollar op te halen voor liefdadigheidsinstanties, zegt Posen. Meer dan honderdduizend dollar kwam puur van de verkoop van cd’s.

Give 'Em the Boot, ran from 1997 to 2009 for seven volumes.

Fat Wreck Chords kwam met de reeks Rock Against Bush, die samen met de website Punkvoter probeerde om jongeren zich te laten registreren om te stemmen en actie voerde tegen de herverkiezing van George Bush. Er kwamen twee delen uit van de serie, vol met niet eerder uitgebracht materiaal van tientallen acts.

“Ik kreeg een niet eerder uitgebracht nummer van Green Day, eentje van de Foo Fighters, allerlei shit. Ik belde gewoon iedereen die beroemd was en in een band zat,” zegt Burkett. “Ik hoefde niemand een poot uit te draaien. Er waren twee bands die nee zeiden, de rest was down. Degenen die niet mee wilden doen, waren Blink 182 en The Vandals. Tom Delonge was een republikein en wilde het niet doen.”

Na een decennium van populariteit en miljoenen verkochte cd’s, barstte de compilatiebubbel midden jaren 2000. Muziekfans gingen liedjes downloaden en de verkoopcijfers van cd’s stortten in. De punkhype begon ook af te nemen en de subgenres van punk, zoals post-hardcore en emo, groeiden verder weg van elkaar. Epitaph, die het grootste succes behaalde door de trend – Punk-O-Rama verkocht meer dan twee miljoen exemplaren – stopte met de serie in 2005, met de tiende editie. “Ik wilde niet dat Epitaph een label zou worden dat draaide op nostalgie,” zegt Gurewitz. “Je kan niet steeds hetzelfde blijven doen; cultuur loopt verder. Die jaren negentig skatepunk-sound levend proberen te houden zou nutteloos zijn.”