Niet zomaar een interview met Arnold de Boer van Zea

De Boer houdt van experiment, daarom googelden we op ’20 jaar’ en plukten we de vragen uit de zoekresultaten.

|
25 november 2015, 1:18pm

Arnold de Boer zag zijn bandleden stuk voor stuk vertrekken. Hij bleef alleen achter, maar weigerde Zea te begraven. Deze week viert hij het twintigjarig bestaan van zijn muzikale uitlaatklep, met een festival in de Amsterdamse OCCII en een tape vol niet eerder uitgebracht materiaal. Dat schreeuwt om een interview. Niet zomaar een interview, natuurlijk. De Boer houdt van experiment. Daarom googelden we op ’20 jaar’ en plukten we de vragen uit de zoekresultaten.

Noisey: Is vandaag een feestdag voor u? (gesteld aan Wim Kok, naar aanleiding van 20 jaar Verdrag van Maastricht)
Arnold de Boer: Het is niet dat ik denk: wauw, die twintig jaar heb ik volbracht, nu ga ik een feestje vieren. Ik wilde een paar bands naar Amsterdam halen. Het zijn best onbekende bands. Rattle, Lianna Hall, It Dockumer Lokaeltsje. Die krijgen de OCCII niet vol. Ik wilde ook iets doen met die cassette van 20 jaar Zea. Ik dacht: weet je wat, ik combineer het en maak er een festival van. Dan wordt het lekker vol. Dat geeft toch wel enige feestvreugde.

Wat wil je nog meer? (gesteld aan Tim Steunenberg, 20 jaar in dienst bij JS Laadtechniek)
Nieuwe liedjes maken en optreden, dat is wat ik altijd wil. Steeds een andere plaat maken. Veranderen, experimenteren, op plekken spelen waar ik nog niet geweest ben. Vaak komt het vanzelf. Vorig jaar kreeg ik ineens een uitnodiging uit Kosovo. Het heeft te maken een soort ondergronds metronetwerk dat over de hele wereld is aangelegd. Je wordt geboekt in Frankrijk. Voor één optreden is dat de moeite niet, dus dan vraag je: weet je onderweg nog iets? Zo wordt je netwerk steeds groter. Het werkt alleen goed als je zelf ook een station bent in die underground. Ik organiseerde altijd al avonden in de OCCII en in de bovenzaal van Paradiso. Er kwamen bands van over de hele wereld. Ze sliepen hier op zolder. Later nodigden zij mij weer uit. Zo ben ik overal gekomen. Het is een parallel universum. Er gaan geen miljoenen in om, daarom is het voor veel mensen misschien niet interessant, maar voor mij is het waanzinnig.

Hoe is het orgel in uw leven gekomen? (gesteld aan Ab Weegenaar, 20 jaar organist in de Bovenkerk te Kampen)
Bij ons thuis in Makkum stond een harmonium. Dat was heel normaal in gereformeerde gezinnen. Toen mijn broer oud genoeg was, moest hij op orgelles. Hij haatte het. Als hij moest oefenen nam hij zichzelf op met een cassettebandje, dat hij steeds opnieuw afspeelde terwijl hij stripboekjes zat te lezen. Een jaar later mocht ik kiezen: orgel of trompet. Dat was geen keuze. Een jaar of zeven geleden heb ik een Philicorda op markplaats gekocht. Dat is het enige orgel dat in mijn leven mag blijven.

Hoe komt u de financiële crisis door? (gesteld aan Catalijn Ramakers van Galerie Ramakers)
Zoals ik net vertelde, wat ik met Zea doe staat compleet los van de grote structuren, van de financiële bullshit. Als je daaraan toegeeft, kun je erin verstrikt raken. Dan word je als de hoofdpersoon in Het Proces van Kafka. Die kiest zelf voor zijn slachtofferrol. Er zijn andere mogelijkheden. Zoiets als de OCCII kun je gezamenlijk in stand houden. Dan heb je niets te maken met ABN Amro.

Vind je jezelf minder aantrekkelijk geworden? (gesteld aan Jordan Knight van New Kids On The Block)
Ik riep vroeger in interviews: wie zit er te wachten op twee lelijke gasten met van die kutmuziek? Dat was in 2003. Toen wist ik al dat ik het niet van mijn looks moest hebben. Nu wacht ik tot mijn haar grijs wordt. Dat jongeren denken: oké, die gaat al zo lang mee, misschien moeten we vanwege zijn ouderdom enig respect hebben.

Heb je een vaderfiguur nodig? (gesteld aan oud-wielrenner Jean-Pierre Heyndericks, naar aanleiding van 20 jaar Topsport Vlaanderen)
Inmiddels vindt mijn vader het geweldig om te zeggen: ‘Die jongen zit in de muziek.’ Het heeft wel even geduurd voordat hij er vrede mee had. In die zin ben ik hem niet gevolgd. Wel als ondernemer, als eigen baas. Dat je kleine winkel geen Walmart of IKEA moet worden. Juist niet. Ik wil je best vertellen dat ik mijn vader altijd als voorbeeld heb gezien. Hij zal dan zeggen: doe even normaal, jongen.

Hoe voelt het als een teammaat opstapt? (gesteld aan de Amerikaanse skateboarder Jamie Thomas)
Dat we in 2002 van vijf naar twee bandleden gingen, was onvermijdelijk. We verschilden over een heleboel dingen van mening. Ik wilde niet blijven hangen in hoe het was. Samen met Remko ging ik verder. Die bleef op een gegeven moment voor de liefde in Rusland achter. Ik twijfelde of ik het in mijn eentje kon. Remko was onvervangbaar. We hadden live een goede wisselwerking, het was een explosie. Ik ben toen voor het eerst in Ghana geweest. Daar kende niemand Zea als band, dat was wel handig. Toen kwamen die gasten van The Ex, of ik hun zanger wilde vervangen. Waanzinnig natuurlijk. Op dat moment was het duidelijk. In mijn eentje lukt het met Zea, met The Ex heb ik de energie van samen spelen. Het paste allemaal in elkaar.

Wat heeft het meeste indruk op je gemaakt? (gesteld aan Willem Schuilenburg, inwoner van Rhenen, dat 20 jaar geleden aan een overstroming ontsnapte)
Mijn optreden in Ghana op een video/cd-launch van King Ayisoba. Omdat ik met The Ex naar Ethiopië ging, had ik een liedje gemaakt van een bekende Ethiopische melodie, met beats en eigen teksten en weet ik wat allemaal. Song For Electricity. Het werd opgepikt in Ghana. Daar viel om de dag de stroom uit. Dj’s riepen: “This is the song we need!” Ze draaiden het iedere keer als de boel weer op gang kwam. Er zijn daar nooit blanke muzikanten op televisie. Michael Jackson kennen ze en Beyoncé is er groot, maar Madonna vinden ze niet echt interessant. Ze hebben hun vooroordelen. Blanken dragen een pak en een koffertje en zeggen dat ze door een ngo gestuurd zijn. Toen kwam die show in Kumasi. Er stonden tweeduizend mensen en iedereen kende mijn liedje. Chiefs begonnen geld over me heen te strooien. Dat doen ze daar als ze je goed vinden. En om te laten zien hoe rijk ze zijn, denk ik.

Heb je een referentiepunt voor momenten dat je afdwaalt? (gesteld aan Charles Martinet, de stem van Nintendo’s Mario)
Ik heb de neiging om mijn muziek helemaal vol te proppen. Soms werkt dat niet. Dan moet ik op zoek. Wat is essentieel? Ik luister dan naar Odetta, naar Mississippi John Hurt. Van die oude Delta-blues. Het is simpel, maar superkrachtig en ritmisch. Ik vind het gaaf als je met weinig middelen iets over kunt brengen, dat mensen zowel in hun hoofd als in hun heupen voelen. Dat is de uitdaging. Soms is afdwalen juist goed. Je komt op dingen die je niet eerder hebt gehoord. Dat wil ik behouden.

Wat is de basis van het succes? (gesteld aan Guus Meeuwis)
Haha. Hahaha. Hahahahaha. Ik ben nog lang niet waar ik wil zijn, dus is het wel een succes? Muziek is niet anders dan de rest van het leven. Eten, liefde, familie, een kind, het zijn allemaal heel waardevolle onderdelen. Muziek hangt daar niet boven, het hoort bij elkaar. Kijk naar Han Bennink. Die is 73. Je zou kunnen zeggen: die heeft alles al gezien en gedaan, maar dat is niet zo. Hij gaat maar door. Hij blijft nieuwe dingen doen, valt nooit terug. Waanzinnig.

Heb je je wel eens afgevraagd waar al je inspanningen voor nodig waren? (gesteld aan het bestuur van de stichting ten behoud van het Groningse dorp Weiwerd)
Nee. Misschien zit er niemand op mijn muziek te wachten, maar op het moment dat je het naar ze toe brengt, vinden ze het leuk. Dat is veel waard. Ik ben net terug uit Amerika met The Ex. Er waren mensen die negen uur hadden gereisd om ons te zien. Met Zea heb ik het ook wel eens, dat iemand na een optreden naar je toe komt en zegt: ik heb weer energie voor een maand. Ik heb altijd zin om op te treden. Het is een krankzinnig voorrecht. Je hebt van die bands die een beetje lousy op het podium staan. Die moet je eraf trekken. Een podium wordt gegeven door een publiek. Door de mensen die het organiseren. Die steken er werk, geld en energie in, maar zij krijgen niet het applaus. Als ik in de supermarkt zou bewegen zoals op het podium, zouden ze me eruit knikkeren. Het is een plek van ultieme vrijheid, waar je alles mag. Als je daar geen zin in hebt, moet je iets anders gaan doen.