"Ik ga je missen, lieve man", een eerbetoon aan Prince door een van zijn grootste fans

Voor muziekjournalist Lars Meijer begint elke dag met Prince.

|
22 april 2016, 10:18am

Onverwacht en veel te vroeg overleed Prince gisteren. Muziekjournalist Lars Meijer is een van de grootste fans in Nederland. Hij was geobsedeerd door Prince en heeft nog nooit zoveel gehuild tijdens het schrijven van een stuk als nu.


De afgelopen jaren begon mijn dag standaard op Princevault.com, de website die tot in het kleinste detail bijhoudt waar Prince zich op dat moment begaf, waar hij zou gaan spelen en wat hij op die dag deed in de afgelopen jaren. Elke dag ontdekte ik wel weer iets nieuws, leerde ik meer over dat bizarre, omvangrijke oeuvre. Want er is nog zoveel meer dan Purple Rain, Kiss en Gett Off.

Twee dagen geleden nog, een dag voor zijn dood, stuurde een vriend van me een nieuwe bootleg: een opname uit 1994, uit zijn eigen club Glam Slam in Minneapolis. Nog nooit eerder gelekt. In eerste instantie was ik teleurgesteld, want de balans in de opname is zoek. Je hoort voornamelijk het gitaarspel en de zang van Prince. De bas van Sonny Thompson ronkt zachtjes op de achtergrond, de drums van Michael Bland hoor je wel, maar voel je niet. Maar na een tijdje vergat ik dat. Ik hoorde alle randjes in zijn stem, de noten die net niet lekker waren, zijn retestrakke gitaarspel – soms in dienst van de blazers, dan weer prominent op de voorgrond. Ik viel in slaap met mijn koptelefoon op, en stond de volgende dag weer op met de bootleg. In de trein moet ik hardop lachen om de onderonsjes tussen hem en Sonny in een uit de hand gelopen versie van Get Wild. Ik werd er vrolijk van, en begon goedgemutst aan een dag die zwart zou eindigen.

Nu heb ik zijn catalogus op shuffle staan. Bootlegs van rehearsals, soundchecks, aftershows, reguliere shows, b-kantjes, opnames van livestreams, onuitgebrachte nummers, nummers die hij schreef voor anderen, daar weer remixen van, muziek uit de jaren tachtig, muziek van vorige week. Het is veel, heel veel. De 'radio edit with guitar solo' van Gold komt langs, en ik schiet weer helemaal vol. Een live-opname van Something in the Water van 6 juli 2013 in Paisley Park volgt. Een lage mannenstem roept na afloop van het nummer vanuit het publiek: 'I love you Prince!'. 'Oeh', reageert Prince, broedend op een snedig antwoord. 'Love you too man, right here man', zegt hij terug met diepe stem en een geveinsd zuidelijk accent. De zaal, de band, iedereen ligt in een deuk. Ik moet ook lachen, maar voel me vrijwel meteen weer verdrietig.

Toch overheerst een gevoel van dankbaarheid.

Al sinds 1986 zuig ik alles wat met Prince te maken heeft op als een spons. Ik wil alles weten, ik móet alles weten, het is een obsessie. Als muzikant wil ik dezelfde synths hebben die hij gebruikte. Ik heb een Roland D-50 synthesizer uit 1987. Prince gebruikte die synth veelvuldig in die periode. De preset 'Soundtrack' hoor je terug in de intro van Eye No op LoveSexy (1988) en het onuitgebrachte nummer Cross the Line. Er is een nummer met de naam Tibet, vernoemd naar een preset van de Fairlight CMI; het is een instrumentaal werk, opgenomen tijdens de Parade-sessies in april 1985. Het geluid ken ik, maar ik hoop al heel lang vurig dat het stuk ook boven komt drijven. Zijn liefde voor de gitaarpedalen van Boss heb ik ook overgenomen. Hij haalde zijn LinnDrum drumcomputer erdoorheen, om dat geluid, dat al zo onlosmakelijk met hem verbonden is, nog meer eigen en swingender te maken, zoals bijvoorbeeld met de flanger op de hihat van She's Always in my Hair.

Door Prince heb ik ook veel muziek ontdekt. Op die beroemde aftershows speelde hij nooit alleen eigen werk, maar ook veel muziek van anderen. Dankzij een slechte opname uit Paisley Park van 7 februari 1998 ben ik verslaafd geraakt aan de zwoele soul van Frankie Beverly & Maze. Prince zong daar een hypnotiserende versie hun Joy and Pain. Door zijn samenwerking met Chaka Khan leerde ik de funk van Rufus kennen, door zijn platen met Mavis Staples de oersoul van The Staple Singers. Toen hij in 2010 in de Waldbühne in Berlijn speelde, sloot hij af met Dance (Disco Heat) van Sylvester, een sensationeel disconummer dat ik nog nooit had gehoord. Ik kon niet stil blijven staan. Het pompte, swingde, het was smerig, maar ook gelikt. Prince speelde het niet alleen als eerbetoon aan de homoseksuele discoster, maar ook als een dikke middelvinger naar iedereen die hem beschuldigde van homofobie.

Dat vond ik ook geweldig aan hem: dat hij niet zoals elke andere ster overal bovenop zat met social media, maar de tijd nam om ergens commentaar op te geven. Over de dood van Bowie zei hij weken later pas wat, tijdens zijn eerst solo pianoshow in Paisley Park, en als eerbetoon speelde hij vorig week Heroes. Toen Michael Jackson overleed was hij ook nergens te bekennen, maar in de jaren erna stond Don't Stop 'til You Get Enough regelmatig op de setlist. Katrina in New Orleans: Prince schreef S.S.T. en Brand New Orleans. Het politiegeweld in Baltimore: hij kwam met een ontroerend nummer vernoemd naar de stad, met zware kritiek op wapenbezit.

Ik ben dankbaar dat ik hem zo vaak van dichtbij aan het werk heb gezien, gitaarspelend vanuit zijn tenen. Dat instrument was een verlengstuk van zijn ziel. Als geen ander wist hij zoveel gevoel in zijn spel te liggen. Luister naar de hartverscheurende gitaarsolo in Just My Imagination tijdens de Paard van Troje-aftershow in Den Haag in 1988. Elke noot, elke slide over de snaren, alles is gemeend, alles is puur. Hij wist hoe liefdesverdriet voelde, en hij kon dat vertalen naar muziek. Nu staat Noon Rendezvous op. Opgenomen in First Avenue, op 7 juni 1984, op zijn 26ste verjaardag. 'Sitting in this cafe, waiting for my baby', zingt hij. Ze komt niet op dagen. Ze is vertrokken.

Ik ga je missen lieve man. Heel erg.