Foto via PR

Dizzee Rascal haat interviews

Gelukkig wilde hij toch met ons praten over zijn nieuwe EP 'Don't Gas Me'.

|
nov. 1 2018, 11:00am

Foto via PR

Interviews kunnen ontzettend ongemakkelijk zijn. Een journalist kan z’n huiswerk niet hebben gedaan, een artiest kan er helemaal geen zin in hebben, of het kan een combinatie zijn van de twee. Een doodse stilte volgt na elk kortaf antwoord en het gesprek loopt na een kwartiertje op z’n einde. Het zou ook kunnen dat de geïnterviewde al zo vaak heeft moeten praten over zijn werk dat-ie het helemaal heeft gehad met de pers. Hij is er moe van, klaar met het kat-en-muisspelletje. Dat laatste is het geval bij mijn ontmoeting met Dizzee Rascal.

We ontmoeten elkaar in een hotel in Oost-Londen, een populaire plek voor ‘creatievelingen’ die met z’n allen rond een tafel zitten met hun laptop. Dizzee komt binnen net na één uur ’s middags. Ik kom binnen met wat vooroordelen, over het verhaal dat we allemaal inmiddels wel kennen. Het verhaal dat begint aan het begin van dit millennium, toen de grime-klassieker Boy In Da Corner uitkwam, de plaat die een jonge gast uit East End wereldberoemd maakte. Het is het grootste grime-werk ooit gemaakt: vijftien tracks die geproduceerd werden door een wonderkind, vol dystopische geluiden en een grimmigheid die tekenend was voor het deel van de stad waar hij vandaan kwam.

Dat was zestien jaar geleden. In die tijd bracht Dizzee Rascal zes albums uit. Hij maakt geen muziek meer omdat het moet, maar omdat dit het enige is dat hij wil doen. Het is de reden dat hij onlangs Don’t Gas Me uitbracht – vijf nummers met daarop voor ieder wat wils. De track Money Right heeft een bijdrage van Skepta en is bedoeld voor de oude grime-heads. Patterning Vibez haalt herinneringen op van hits als Bonkers en Dance Wiv Me, maar dan met iets minder commercie. Het is een EP die vooral vrolijkheid oproept, gemaakt voor de oude en de nieuwe fans, maar ook voor de toekomstige volgers van Dizzee. Hij gaat alle genres af die hem groot hebben gemaakt, alsof hij een lesje geschiedenis geeft.

Het wilde in zijn carrière nooit echt boteren tussen Dizzee en de pers. Sinds zijn zeventiende moest hij interviews doorstaan, soms wel elf op een dag, met journalisten die mooi weer speelden in z’n gezicht om vervolgens z’n woorden te verdraaien. Nu, zestien jaar later, is hij er wel klaar mee. Hij heeft het gehad met alle vragen en zichzelf uitleggen. Hij heeft geen zin meer om z’n woorden verdraaid te zien worden.

Dus ik arriveer in het hotel, klaar om te spreken met een rapper niet zit te wachten op de bemoeienis van een schrijver. Hij zit tegenover me met een brede glimlach en een zelfverzekerde intonatie, maar ook met een zekere terughoudendheid. Ik vraag hem of muziek een leegte vult. Ik vraag of hij de afgelopen tijd nog iets nuttigs heeft geleerd. Hij vertelt mij dat hij het merk FILA weer vet vindt. Ik vraag hem waarom hij bokst. “Het houdt je scherp,” vertelt hij. “Ik hou van discipline, ergens moeite voor doen. Bij boksen gaat het er niet om dat je iemand in elkaar slaat, maar om met jezelf te leren omgaan. Geduldig zijn, de juiste timing. Net als schaken. Het gaat net zo hard om wat jij doet als om wat de ander doet. Dat is het leven. Het is een goede manier om door de wereld te maneuvreren, vooral in de muziekindustrie.” Het interview had enkele momenten van inzicht, maar ik moest er hard naar zoeken. Het onderstaande gesprek begon ergens op de helft van onze afspraak, waar ik helemaal door mijn vragen heen was. Na twintig minuten ongemakkelijkheid, besloot ik het volgende te vragen:

Noisey: Vind je het eigenlijk leuk om beroemd te zijn?
Dizzee Rascal:
Ik vind het leuk dat mensen er gelukkig van worden als ze mij zien. Dat is tof, toch? Ik vind het leuk dat mensen mijn muziek leuk vinden. Ik vind het leuk dat er soms voordelen zijn aan beroemdheid. Soms behandelen mensen je beter dan anderen, maar het kan ook andersom zijn. Ik raak er nog steeds niet aan gewend. Ik loop soms over straat en dan vergeet ik even dat ik bekend ben, om er vervolgens door mensen aan herinnerd te worden. Ik moest gisteren naar de tandarts en die vrouw zei zoiets als: “Ik heb gehoord dat je een bekende artiest bent.” Op zo’n moment wil ik gewoon in de stoel zitten en dat mijn tanden gecontroleerd worden. Maar whatever, ze is blij om me te zien, dus het is allemaal prima.

Hou van je interviews?
Nee, ik haat interviews.

Waarom?
Omdat fucking whatever. Ik weet nooit wat iemands motieven zijn, ik weet niet hoe de journalist het op papier gaat zetten, hoe hij over wil komen op z’n lezers. Allerlei redenen. Ik vind het niet leuk om antwoord te geven op domme, bemoeizuchtige vragen, ook al begrijp ik dat mensen dingen willen weten. Ik wil ook dingen weten over muzikanten en mensen, toch?

Heb je slechte ervaringen gehad?
Ja, er zijn een paar klootzakjes geweest. Journalisten gedragen zich netjes als ze voor je zitten en dan gaan ze weg en schrijven ze iets, alsof ze stoer zijn of zo. Maar zo gedroegen ze zich niet toen ze voor mij zaten. Ze doen dan helemaal zuur.

Alleen met hun woorden.
Maar niet met mijn woorden, die soms verdraaid worden. Ze passen van alles aan.

Ben je daarom op je hoede als je geïnterviewd wordt?
Ik word gewoon liever gefilmd.

1540565904044-Raskit-2

Als je een keuze had, zou je het dan niet doen?
Natuurlijk. Ik heb nooit interviews willen doen. Ik wilde aan het begin niet eens gezien worden. Ik kom van piratenradio, we werden alleen gezien als we naar raves gingen.

Hoe vind je dit dan? Dat ik hier allerlei vragen stel die je niet wil beantwoorden?
Met jou is het wel oké, omdat ik al een miljoen keer langs dit hotel ben gelopen. Ik dacht dat het een bloemenwinkel was. Ik kom hier en heb een tas vol met nieuwe spullen die ik heb gekocht. Ik heb ook wat inktvis gegeten, die best oké was.

Als interviewer kan je in iemand geïnteresseerd zijn als persoon, naar iemands muziek geluisterd hebben, en dan vragen stellen die heel persoonlijk zijn. Geen roddels of iets, maar gewoon dingen over hun leven. Als iemand die ik niet ken dat bij mij zou doen, zou ik denk ook niet zo meegaand zijn.
Nee, dat zijn mensen over het algemeen niet echt. Als je naar iemand loopt en begint te filmen, zouden ze al snel iets hebben van: wat de hel ben jij nou weer aan het doen? Mensen halen heel snel hun camera tevoorschijn bij mij. Het is normaal. Het is mijn werk, toch?

Interviews doen zijn onderdeel van je werk?
Ja. Je moet mensen informatie geven. Hoe weet je anders dat iemand iets nieuws gaat uitbrengen? Je moet dingen een beetje uitleggen, wat persoonlijkheid tonen en ze vertellen hoe je je voelt. Mensen willen een connectie voelen, dus ik snap het wel.

Hoe was het om ooit te moeten beginnen met interviews?
Vermoeiend. Ik was zeventien toen het begon, ik werd erin gegooid. Soms heb je elf interviews op de ene dag, elf interviews op de andere dag. Dat is een hoop en dat is niet leuk voor een tiener. Vaak zijn het ook dezelfde vragen, iedereen komt met dezelfde invalshoek.

Wordt het niet saai om elke keer…
…over dezelfde shit te praten?

Ja. Ik snap dat je platen moet verkopen, maar als er een andere manier was om dat te doen, zou je daar dan voor gaan?
Met podcasts krijg je waarschijnlijk veel meer uit mij, in plaats van met vastgestelde vragen. Het lijkt alsof mensen gewoon even naar Wikipedia gaan, een paar onderwerpen uitkiezen en daarover vragen stellen. Dan kan je net zo goed thuisblijven, toch?

Ik kan me herinneren dat je vroeger over posttraumatische stressstoornissen praatte. Hoe ga je daarmee om als je niet naar een therapeut gaat?
Weet ik niet. Ik vind het moeilijk omdat iedereen erover blijft praten, dus ik weet het niet. Ik probeer er gewoon mee te om te gaan. Muziek maken, geld verdienen.

Mensen zeggen dat je om de tien jaar je carrière volledig moet omgooien. Zie jij jezelf dat doen?
Wie zegt dat?

Dat is gewoon iets wat mensen zeggen.
Waar? Waar zeggen ze dat?

Ik heb het een paar keer gehoord.
Ja? Ik weet niet of dat zo is, man. Misschien, ik weet het niet.

Denk jij dat je iets anders zou kunnen doen?
Misschien dat ik op een gegeven moment tuinieren vet ga vinden. Of iets willekeurigs, ik weet niet.

Heb je hobby’s die je niet zag aankomen?
Ik hou van thaiboksen, maar dat was niet echt verrassend, want ik deed taekwondo, karate en judo toen ik jong was. Ik stopte ermee toen ik ouder werd. Later dacht ik: ik vind boksen en al die shit leuk. Maar wat vind ik verder nog leuk? Ik weet het niet, man. Vissen. Ik vind vissen best leuk.


Waar doe je dat?

In Miami ga ik weleens diepzeevissen. Ben ik dol op.

Hoezo?
Het is gewoon cool. Je zit de hele dag op een boot, je bent met de mensen die je tof vindt. Als je beet hebt, moet je ervoor vechten als-ie groot is. Zo’n gevecht kan twee, maar ook vijf minuten duren. Soms ben je twintig minuten bezig. Het is bijna therapeutisch, want het enige wat op zo’n moment telt is dat je daar bent. Het is fijn. Dan neem je de vangst mee naar de kust en snijden ze de vissen in stukken voor je. Bij het restaurant worden ze voor je gekookt. Het voelt heel natuurlijk om je midden op de oceaan te bevinden en daar iets te vangen dat je niet eens kan zien om het daarna mee te nemen naar het vasteland. Back to basics.

Zou je ooit verhuizen naar het buitenland?
Ik heb in Miami gewoond, maar ik weet niet of ik volledig zou verhuizen. Er zijn een paar plekken die erop lijken, maar er is niets zoals Engeland. Hier woon ik het liefst, maar soms moet ik wel even weg.

Wat vind je zo mooi aan Engeland?
Mijn hele leven heeft zich hier afgespeeld. Het is mijn thuis. Ik heb alle belangrijke lessen hier geleerd. Alle grapjes, de manier waarop we praten, de cultuur, het komt allemaal hier vandaan. Als ik naar een andere plek ga, voel ik pas dat ik anders ben.

Je muziek kan mensen wel samenbrengen. Toen ik nog studeerde, ontmoette ik mensen met een andere muzieksmaak, maar we konden wel allemaal naar Bonkers luisteren.
Ik heb mensen dat vaker horen zeggen. Dat is het mooiste compliment dat ik kan krijgen. Daar doe ik het voor.

Dit interview verscheen eerder op Noisey UK