Illustratie door Sander Ettema.

De uitvaartmuziek van mijn vader heeft jaren later opeens een andere betekenis

Het nummer was de zorgeloze soundtrack van onze autovakanties in een lelijke, witte Renault Kangoo, maar blijkt vier jaar na zijn dood eigenlijk veel nihilistischer.

|
08 februari 2019, 10:56am

Illustratie door Sander Ettema.

Geen zin om dit verhaal te lezen? Beluister dan hieronder de ingesproken versie.

De vakanties die ik vroeger meemaakte met mijn ouders zou je het best kunnen omschrijven als ‘Hollands’. Daarmee bedoel ik niet dat we altijd in Nederland bleven, maar dat als we met de witte Renault Kangoo van mijn vader op reis gingen, er ook een boodschappenkrat meeging met spaghetti, pakken vruchtensap, een Senseo-apparaat, en een voorraad tabakswaren waarvan je bij het aanzicht al de longen uit je strot hoestte. Want het was altijd maar de vraag of de monsterlijk grote supermarkten in het buitenland dat nog wel op voorraad hadden.


Door die soberheid gingen wij niet op vliegreizen naar de westkust van Amerika, maar tijdens onze knusse autovakanties naar buurlanden zorgden mijn ouders goed voor mij. Ik werd verwend zoals alleen enig kinderen dat worden, ook al had ik een zus. Als ik op de camping geen vriendjes kon maken, zorgden ze ervoor dat ik me nooit eenzaam voelde of verveelde, en brachten ze mij in diezelfde lelijke witte Renault Kangoo naar een lawaaierig waterpretpark of een maïsdoolhof met een middeleeuws thema. Onderweg kwamen er genoeg vadergrappen voorbij om een gat in de ozonlaag mee te zuchten, maar het heeft er mede voor gezorgd dat ik genoeg mooie jeugdherinneringen heb om een leven mee door te komen. Zonder tegenzin offerde m’n pa zijn vakantiedagen op om zijn kinderen te vermaken.

In de auto lagen altijd maar liefst twee cd’s: de Greatest Hits-compilaties van Doe Maar en eentje van ouwelullenband Chicago. Wanneer één specifiek nummer van die laatste band – Does Anybody Really Know What Time It Is? – aan werd gezet zodra we de straat uitreden, was dat het startschot voor een paar weken rust en plezier. Het deed me zodanig aan die leuke tijd denken, dat ik het tijdens de crematie van mijn vader afspeelde, die deze week vier jaar geleden is overleden aan kanker.

Het nummer kan ik sindsdien nog slecht aanhoren, maar onlangs besloot ik toch een keer de tekst van het lied erbij te pakken, omdat ik daar eigenlijk nooit écht naar geluisterd had. Does Anybody Really Know What Time It Is? bestond in mijn hoofd vooral als een herinnering: slapen in de rokerige Kangoo, de geur van tankstations die ik nog altijd associeer met een Magnum Almond, mijn moeder die continu shaggies rolde voor mijn vader, ruzie om de Game Boy, kleffe boterhammen met omelet, kabouters in de bossen waar we langsreden, en een vrolijke vader die zijn stressvolle baan voor twee weken vaarwel kon zeggen.

De tekst van het lied is nu ik het teruglees toch een stukje minder vrolijk. Niet door de mooie maar verdrietige uitvaart, maar door een zin die ik er nooit eerder in hoorde. Aanvankelijk vat het een vakantiegevoel perfect samen: “Does anybody really know what time it is? Does anybody really care? If so I can’t imagine why,” zong mijn vader weleens mee, kan ik me herinneren. Op onze reisjes deden we niet veel meer dan aan het zwembad liggen en nabijgelegen dorpen bezoeken – die veertien dagen weg leek daarom vaak op een prettige manier een oneindigheid. De zin die volgt in het refrein werd niet meegezongen door m’n vader, waarschijnlijk onbewust: “We’ve all got enough time to die.” Het lied zit al meer dan twintig jaar in mijn systeem, maar ik wist nooit dat het eigenlijk zo nihilistisch was.

Een ander liedje dat op zijn crematie werd gespeeld had een reden die meer voor de hand lag. This House is Empty Noween nummer van Elvis Costello en Burt Bacharach – was het sentiment dat mijn moeder direct voelde in de week na zijn sterfdag. Ze luisterde het nummer weleens met mijn pa, waarbij ze dan afspraken om het lied op elkaars crematie te laten horen. Dan gingen ze al lachend tijdens het luisteren om de beurt op de bank liggen als een opgebaard lijk, om voor te stellen hoe dat zou zijn. Een beetje morbide, maar vooral heel schattig. Relationship goals, zou ik het zelfs willen noemen.

Dat Does Anybody Really Know What Time It Is? achteraf niet alleen over de zorgeloze vakanties ging, maar ook een parallel trekt met de te vroege, tragische dood van mijn vader, zorgt ervoor dat het lied nu meer is dan alleen een herinnering. Maar is er wel nog meer dan genoeg tijd om te huilen, en uiteindelijk te sterven? Ik hoor er nu – misschien klinkt het wat cliché – een oproep in om geen tijd te verspillen en direct te doen wat wil je doen. Gek genoeg was de dood van mijn vader een signaal om ietsje meer m’n best te doen dan ik toen deed. Echt veel haalde ik dat moment niet uit het leven op het gebied van werk en, weet ik veel, hobby’s. Kort na de crematie begon ik dat pas in te zien, en niet heel lang daarna had ik, bijvoorbeeld, deze baan.

In die witte Renault Kangoo – die al lachend ‘pausmobiel’ genoemd werd door vrienden en familie – leek de tijd oneindig, een zone waarin dat grimmige stukje tekst van Chicago niet gehoord werd. Het einde van het refrein ging pas jaren later hout snijden – op de warme achterbank hoorde ik geen voorbode van de kille ziekenhuiskamer waar we later afscheid moesten nemen van Rob. Gelukkig maar, want anders was de cd niet afgespeeld tot die letterlijk kapotging, en was er een herinnering minder geweest aan een vader die alles over had voor zijn gezin.

Volg Noisey op Facebook, Instagram en Twitter.